Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 10
Door het geloof door worden. Ja,
Want
bij
het
Ada
heeft ze
geloof
en
is
de waarde der vrouw herwonnen. van een Sarai de vorstelijke Sarah ge-
Zilla vergeleken
is
Sarah onder de vrouwen
een Vorstin.
IV.
Doch tot
ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd een volk stellen, omdat hij uw zaad is. Gen. 21
Hagar was een
uit
waarschijnlijk uit
Ur
:
i;
Egypte ontstolen meisje, dat in Sarah's gevolg der Chaldeën meê was gekomen, en, onder de vele dienstmaagden en slavinnen, hoog bij haar vrouw in eere stond. Dit blijkt daaruit dat Sarah haar aan Abraham gaf, om, toen zij zelve kinderloos bleef, uit Hagar het Kind der belofte te doen geboren worden want natuurlijk kon er in Sarah's oog aan een slavin ;
geen hooger eere bewezen worden. En toch was heel deze zaak zonde voor God zoowel van Abraham en Sarah als van Hagar, hoewel van Hagar nog het minst. Zonde was en bleef het, omdat niemand buiten het huwelijk in geslachtsgemeenschap met een ander mag leven, noch dit mag bevorderen. Want hoeveel men hierop ook afdinge door te wijzen op de zeden dier tijden, nooit kunnen de zeden dier tijden Gods onveranderlijk recht te niet doen, en al zulke zeden weerstaan Gods ordinantiën. In zooverre waren dus alle drie schuldig. Maar bij Abraham en Sarah paarde zich aan deze weerstreving van Gods ordinantiën nog de zonde van ongeloof ; want heel deze poging, om een kind der belofte uit Hagar te erlangen, sproot voort uit ongeloof in de Almachtigheid Gods en in de zekerheid van Zijn belofte. Waar nog bij kwam, dat Hagar slavin was, en alzoo als de minst vrije, de minst verantwoordelijke was. Er rust dan ook op heel deze menschelijke overlegging geen oogenblik zegen. Pas is Hagar moeder geworden, of ze kwetst Sarah, en Sarah moet haar kastijden, en zij vlucht, wat aan een slavin verboden was. En als straks ook Sarah moeder is geworden, plant de nijd tusschen de beide vrouwen zich op beider moederhart en op de kinderen over. Ismaël plaagt Isaiic. Er komt onmin tusschen Abraham en Sarah. En eerst als God de Heere tusschen beide treedt, zendt Abraham Hagar weg, en vlucht Hagar ten tweeden male. Nu, omdat het moet. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's