Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 87
Wie
maar wat Izébel aan Achab ten van Naboth aanried (zie 1 Kon. 21 10). Hij moest twee Belialsmannen tegen hem als getuigen stellen, die hem beschuldigen zouden, dat hij God en den Koning had gezegend; en deswege zou hij dan als Godlasteraar en schuldig aan hoogverraad moeten zich daarvan overtuigen wil, leze
opzichte
:
sterven.
nu niet schrikkelijk? is het niet ontzettend? Ook de vrouw van Job was toch aan haar man gegeven, om een hulpe tegenover hem te zijn. En zie, in het benardste oogenblik Is dit
van zijn leven; als Satans aanval op Jobs ziel zoo fel en overweldigend wordt, dat Job hijna bezwijkt; komt die duivelin in vrouwengedaante, en helpt Satan^ en zet ruwweg haar man aan, dat hij God lasteren, zijn ziel aan Satan verkoopen, en door zelfmoord een einde aan zijn leven zal maken. Dieper kan een vrouw al niet aan haar heilige roeping ontzinken. En wie voortaan aan Job denkt en aan al zijn lijden, zal wel doen, met niet alleen van den rouw over zijn kroost, en over zijn berooving van alle aardsche goed, en de zweren die hem kwelden, en den hinder van zijn valsche vrienden te spreken maar mag ook wel eens denken aan die bangste verzoeking en ergernis, die hem overkwam van die diepgezonken vrouw, in wie het laatste vonkje^ dat aan vrouwelijke liefde kon doen denken, zoo volslagen ;
was uitgebluscht. Misschien
het
schoonste
in
ook het terdege bestraffende,
waarmee
heel
Jobs tragedie
maar toch zoo
is
voor ons dan
heerlijke antwoord,
die booze vrouw van zich afsloeg: „Gij spreekt," dus van zijn aschhoop, „als eene der zottinnen. Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet?" En nu, zóó kras komt het duivelsche in de vrouw te midden onzer
riep
hij
hij
Chrislenmaatschappij zeker zelden uit. Zóó ojDcnlijk haar man tegen God op te zetten en tot zelfmoord aan te zetten, doet niet licht eene vrouw in onze dagen. De keuze voor of tegen God staat zelden zoo openlijk, zoo beslist meer. Er zijn nu meer tusschentermen, zachter overgangen, verleidelijker tusschenschakels, waardoor de tegenstelling tusschen het optreden voor Gods waarheid en het in de hand werken van Satan, minder schel uitkomt. Maar als ge daarom vraagt, of de laatste vrouw reeds wegstierf die haar man van God afhield, of hem belemmerde in het vrijelijk uitspreken van en opkomen voor Gods heilige waarheid; of hem bij Bethel ophield als hij te Jeruzalem zijn moest; eylacen, wie waagt het dan, het geslacht onzer hedendaagsche vrouwen vrij te spreken?
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's