Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 157

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 157

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE KUNST. misleid

schijn

er

pikken wilden,

in

der

Hierin

nu lag deze, maar

/.ufiijaig

scheen voor de Socratische

natuurnabootsing,

of

school

het

vaak door de

al te

I49

hoogste

ideaal.

idealisten vergeten

waarheid, dat de vormen en verhoudingen die de natuur ons toont,

de grondvormen en verhoudingen voor

waarachtige

alle

realiteit

en blijven moeten, en dat een kunst die niet de natuur

zijn

afziet

en beluistert, maar willekeurig boven haar zweven wil, verlooptin

Maar omgekeerd moet

spel der phantasie.

tegenover de bloot empirische

ting

alle ideƫele

in het gelijk

kunstopvat-

worden

gesteld,

waar de empirische met het nadoen van de natuur haar taak

als

Dan toch begaat men op kunstgebied dezelfde waaraan de man op wetenschappelijk gebied schuldig staat,

voltooid beschouwt. fout,

die

rust

de waarneming,

bij

teruggeving van de schijnselen

opklimt

En

feiten.

tot

de

zich

in

gelijk

opneming en geordende

ware wetenschap

hen wonende orde,

in

uit

de ver-

om met

de

kennis dier orde gewapend, edeler dieren, edeler bloemen, edeler

vruchten te kweeken, die boven hetgeen de natuur van zelve voortbrengt, uitsteken, zoo

om

ook

is

het de roeping der kunst, niet enkel

het zienbare en hoorbare waar te nemen, in zich op te

en weer te geven, maar veel meer

van het schoon

te

om

nemen

in die verschijnselen de orde

ontdekken, en met die hoogere kennis gewapend,

een schoon voort te brengen, dat boven het schoon der natuur uitgaat. Juist

toon

dus wat Calvijn beweerde, dat de kunsten gaven ten

spreiden,

die

God

ter

onzer beschikking stelde, nu tenge-

volge der zonde, het wezenlijk schoon, zooals het zijn moest, ons

ontnomen was.

Uw

beslissing ten deze

nu hangt geheel af van uw opvatting van

de wereld. Ziet ge in de wereld het absoluut goede, dan hooger, en

blijft

voor de kunst niet anders over dan

dit

is

er niet

goede na

te

bootsen. Erkent ge daarentegen, dat de wereld eens schoon zvas, nu

door den vloek ontredderd wierd, maar eens door de eindcatastrophe in

een heerlijkheid zal ingaan, die nog hooger staat dan het oorspron-

kelijk

paradijsschoon,

dan heeft de kunst de mystieke taak,

door het heimwee naar het verloren schoon der

komende

heerlijkheid

op

te

klimmen.

metterdaad de Calvinistische belijdenis.

tot

om

de vooruitgenieting

Welnu,

dit laatste is

Scherper dan de andere

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 157

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's