Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 85
73
DELILA.
aanneemt. erger dan
Want
En
in dat booze huis
zijn
dood.
die Delila
was hem vrouwen,
van de
listige Delila
vond Simson
te listig af.
ze uitnemend de kunst, om warmste liefde te veinzen, en door dat vertoon van teederheid en innigheid heeft ze Simson ten
Gelijk
zulke
al
met een volkomen
verstond
liefdeloos hart de
val gebracht.
Voor geld deed ook deze ijdele vrouw natuurlijk alles en toen de vorsten der Philistijnen haar beloofden, geheele schatten van goud en zilver aan haar voeten te leggen, zoo ze Simson hun in handen speelde, was elk verraad haar goed genoeg, zoo ze hem maar van;
gen kon
haar strikken.
in
En
toen begon het leugenachtig spel der verraderlijk geveinsde liefde. zoo deed ze voor, had Simson wel lief; maar dat was niet genoeg. Simson moest ook haar liefhebben; liefhebben met zijn hart,; want zonder de liefde van hef hart kon hun wederzijdsche zondige liefdesbetrekking geen stand houden. Door zoo nu te spelen, stal ze Simson's hart. Het was hem of zijn zonde minder zondig werd, nu hij zijn liefde bleek gegeven te hebben aan zulk een nobele vrouw, die, al leefde ze in zonde, toch zulk een ideale opvatting van de liefde had. Zoo maakte ze hem vertrouwelijk. Simson mocht geen geheimen voor zijn beminde Delila hebben. „Ik heb u lief, zoo sprak ze, „maar zonder dat uw hart met mij is!" o. Die slang van een vrouw. Men zou zeggen hoe dorst ze zulke woorden nog op haar lippen nemen. Maar ze vorderde. Simson was blijkbaar tegen haar bekoring niet Zij,
:
l^estand.
eerst
Evenwel
fopte
vertrouwde hij haar niet geheel, zoodat hij haar ook dit ontrukte hem niet aan zijn zondige bemaar prikkelde hem veeleer, om opnieuw te pralen met ;
doch
dwelming, zijn bovenmenschelijke kracht.
Het lag hem in zijn haar; dat wist hij wel; maar eerst laat hij met riemen en met zeelen binden, die hij als rag verscheurt. Doch reeds bij de derde verzoeking spreekt hij van zijn haar, en laat zijn haar in het weefgetouw vaststrengelen. Maar nog wijkt God de Heere niet van hem, en hij ontkomt. Tot nu eindelijk Delila haar zich
uiterste
kracht
inspant;
de bedroefde en miskende speelt; en zich
aanstelt als de in haar liefde gekrenkte. En nu bezwijkt Simson. Hij wijst op zijn lokken. Aan die veile vrouw verraadt hij de eere zijn Nazireërskroon. En nu, zoo lezen we, wijkt en Simson valt in der Philistijnen hand.
van
God van hem,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's