Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 76

3 minuten leestijd

74

men ze daar op haar gemak voor den Koning stond hem onder haar spreken gadesloeg, om de uitwerking van haar woord na te gaan en telkens haar toon en taai wijzigt naar gelang van de zielsbeweging, die ze bij David waarneemt. En dan weet ze hem beurtelings te vleien als ware hij een Engel Gods en een gunstelingdes Heeren en beurtelings ook weer bang te maken door zinspelingen op het lot van Absalom. In waarheid, deze vrouw zou op het tooneel onbetaalbaar geweest zijn. Ze was een volleerde actrice en verstond op zeldzame wijze de kunst, om in kwaden zin welsprekend te zijn, en door die welsprekendheid David in haar strikken te vangen. ;

;

:

;

;

Want dat was het einde. Toen deze Thekoïtische vrouw haar

rol had afgespeeld, rook David vroeg haar: Zegt ge dit uit uzelve, of zit Joab er achter ?'^ En ook toen wist deze sluwe vrouw zeer goed wat ze zei want als David in toorn ontstak, moest die niet op haar, maar op Joab neerkomen en daarom antwoordde ze „Dat ik zoo geacteerd heb, of, gelijk ze letterlijk zei dat ik de gestalte dezer zaak alzoo heb omgewend, zulks heeft uw knecht Joab gedaan, doch mijnheer is wijs, naar de wijsheid van een Engel Gods, om te merken al ^vat op de aarde is." Zoo liep ze zelve vrij, en wist tegelijk David zoo te vleien, dat hij bezweek, en Absalom terug liet komen met het oordeel en de straffe Gods in het verschiet, dat hij weldra voor dienzelfden Absalom uit Jeruzalem zou moeten vluchten. Had nu deze Thekoïtische vrouw dit alles nog uit haar zelve gedaan, zoo zou de schuld, die op haar rust, niet zoo zwaar zijn. Op zich zelf toch is het niet verboden, een ingekleed verhaal te gebruiken, om zijn doel te bereiken. Denkt slechts aan Bunyan. Maar het zondige en schuldige in deze vrouw is, dat ze er zich toe leende, niet om dit uit overtuiging, maar op aansporing van een ander te doen. Dat ze dus niets dan een rol speelde. In den vollen zin des woords acteerde. En niets deed dan zich laten gebruiken, om eens te toonen, hoe uitnemend ze zich op de kunst verstond, om door haar houding, haar gebaren, en haar woord den Koning lont, en

;

:

;

:

;

te biologeeren.

Dit nu is het valsche, het sluwe, het onedele in haar optreden. zoo blijft deze Thekoïtische ons op het heilig blad geteekend, allereerst om elke vrouw, die van nature aanleg voor het acteeren heeft, te doen inzien, wat diep-zondige trek in zoo schoone, maar leugenachtige vertooning liggen kan en ten anderen, om een iegelijk op zijn hoede te doen zijn, dat hij niet in het garen van zulke acteerende en welbespraakte vrouwen verward rake.

En

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's