Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 39
87
En daarin nu is deze Prinses groot, dat ze, hoewel een heidensclie vrouw, boven dat lagere standpunt blijkt verheven te zijn, en, hoe sterk ook tot zulk een lief wicht aangetrokken, het niet misbruikt als een speelpop; maar des jongskens bestwil zoekt, en niet het kindeke voor zich neemt, maar zich zelve geeft aan haar vondeling.
XVII.
/nMrjam. Immers heb ik u uit Egyptelaud opgevoerd en u uit den diensthuize verlost en Ik heb ;
voor
uw
aangezicht henen gezonden Mozes,
Aiiron en Mirjam.
Micha VI
:
4.
Mirjam is een zangster in Israël; één Deborah door den Heere verkoren en bekwaamd zijn, om mede te werken tot de verlossing van zijn volk. Ze was heel v.\ii ouder dan Aaron en Mozes, en, gelijk uit haar ontmoeting met de Prinses van Egypte aan den Nijl blijkt, volstrekt niet van verlegen natuur; gevat en bij de hand; zoo zelfs, dat Jochébed haar, toen ze nog zeer jong was, reeds met volkomen gerustheid de zorge voor het kindeke Mozes toevertrouwde. Toch was Mirjam meer met Aiiron dan met Mozes, ook al was zij het die Mozes' leven had gered. We weten toch, dat Mozes al spoedig naar het Paleis ging; uit Mirjam
is
een profetesse
;
dier vrouwen, die als
en dat spoedig Paleis naar de school der Egyptische Wijzen openlijk optreden de uitwijking naar Midian volgde. Terwijl Mirjam dus jarenlang met Aiiron in het stille gezin van Amram
het
op
;
zijn
verkeerde, had ze Mozes eigenlijk zoo goed als niet gekend. Dit nu schijnt ook voor haar volgend leven een nauwer band tusschen haar en Aüron te hebben gelegd, die niet geheel vreemd was aan zekeren naijver op den jongeren Mozes. weten toch, dat Mirjam met Aüron in de woestijn Sinaï tegen Mozes in opstand is gekomen, zoo het heette om zijn ongeoorloofd huwelijk met een Cuschietische vrouw. Niet Aiiron, maar Mirjam stond daarbij op den voorgrond. Er 1 uitdrukkelijk: „Mirjam nu sprak, en Aüron, staat toch in Num. 12 met Mozes." Het ging dus van Mirjam uit Mirjam deed het woord;
We
:
;
de ontzettende straf der melaatschheid neergekomen. Dat nu die Cuschietische vrouw daarbij slechts voorwendsel was, toont de inhoud van wat Mirjam Mozes tegenvoert. Ze spreekt toch over die Cuschietische vrouw ternauwernood een woord, en al haar beweren is, dat de Heere evengoed haar tot profetesse en Aaron
en op Mirjam
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's