Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 82
80 haar gestorven kind een ander kind in plaats te hebben, en het zoo te vergeten, hoe ze, zonder het te vi^illen en tegen haar bedoelen, haar eigen kind vermoord heeft. En dat terwijl thans, zoovele eeuwen later, onder het geklank des Evangelies^ keer op keer, de Christelijke conscientie gewond wordt door opzettelijken kindermoord van de ongehuwde moeder. In een gedoopte natie jonge dochters, die in zonde vielen, en het kind, dat ze zelve onder het harte hebben gedragen, met eigen hand verdoen. En hier, dertig eeuwen geleden, in het nog zoo ruwe Israël, twee vrouwen van slechte zeden, waarvan de ééne door list een kind zoekt machtig te worden, en de andere, om het leven van haar kind te redden, strijdt als een leeuwin.
Salomo's recht zou, helaas, in onze dagen, in onze Christelijke maatschappij, lang niet altoos meer opgaan. Thans vraagt meer dan één: hoe kom ik van mijn kind af? En ontdekte ze dan 's morgens, dat haar kindeke dood was, het zou haar een pak van het hart zijn. Neen, niet het Jeruzalem dier dagen, maar onze Christelijke staten kennen de vreeselijke zonde, die zich als „engeltjesmakerij" siert met schoonen naam, en toch feitelijk niets is dan onmenschelijke, laaq-hartige moord, gepleegd op onnoozele en weerlooze schapen. Een dier zal nog voor zijn welpen, een klokhen voor haar kiekens tegen de overmacht strijden; en onder menschen vindt ge vrouv/en, den vrouwennaam onwaard, die, om een vrijbrief voor heur zonde te vinden, in koelen bloede door kindermoord Gods eeuwigen toorn over zich verwekken. Hoe zou dan Salomo zijn rechtspraak onder ons nog aandurven? Immers, dat hij ze nog aandorst in zijn dagen, had hierin zijn oorzaak, dat Salomo, die zijn volk door en door kende, van de vi'ouwen zijner dagen, en hieronder ook de gevallen vrouwen, wist en zeker wist, dat de natuurlijke trek van het moederhart nog bij geen vrouw onder Israël was uitgewischt.
Niet dat die trek van het moederhart daarom de vrouw zoo hoo;? want, blijft het bij dezen uitwendigen hartstocht voor haar kindeke, dan deelt ze die eigenschap met het „vrouwtjen onder de en wordt, lang niet zelden, door wat het dierlijke leven dieren" stelt:
;
toont,
nog
Soms zijn
op
in
moedertrouw
overtroffen.
ge dan ook, hoe anders zeer egoïstische vrouwen dol haar kindeke, en van haar levende speelpop niet zijn af ziet
te slaan.
Hier
werkt
dus
instinkt.
Hier schittert een heerlijk schoon, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's