Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 83

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 83

2 minuten leestijd

81

God ook aan

vrouw inschiep, doch waarin niet die vrouw, maar moet verheerlijkt worden. nu dit instinkt bij het dier altoos constant blijft, en

de

veeleer haar Schepper

Maar

terwijl

de klokhen op Jeruzalem's straten vroeger precies zoo voor haar kiekens opvloog, als de klokhen nu; ontving de vrouw het ontzettend privilege, om dit natuurinstinkt of te kunnen veredelen, óf te kunnen smoren. En wat nu die ecJite moeder van het onechte kind u toont, is dat ge alle recht mist, om aan een gevallen vrouw, omdat ze viel, ook edeler moederliefde te ontzeggen; terwijl de hedendaagsche maatschappij u maar al te vaak doet zien, hoe ge lang niet altoos aan een andere vrouw, omdat ze niet viel, den krans der moedereere op het hoofd moogt drukken. Er zijn vrouwen van onberispelijk leven, en die toch weerzin voelen opkomen, als ze het vooruitzicht hebben weer moeder te worden; en die, is het kindeke geboren, het liefst overlaten aan anderer zorge. En omgekeerd zijn er andere vrouwen, wier naam en wier bedrijf u een wanklank in het oor is, en in wie toch die schoone, hartstochtelijke trek van het moederhart voor het kindeke, dat ze onder het harte droegen, zoo sterk en zoo luide spreekt, dat ge toch iets edels in haar speuren blijft. Zulk een vrouw nu was die moeder van het levende kind in Salomo's rechtzaal. En daarom blijft, hoe diep die vrouw ook zonk, ons hart haar om haar moederliefde eere bieden. Ze was niet maar moeder, maar ze toonde zich moeder, en maakt nu nog in onze Christenwereld zoo menig ontaarde moeder beschaamd.

XXXVII. 1Rt3pa, Toen nam Rizpa, de dochter van

Ajja,

eenen

zak, en spande dien uit op eenen rotssteen, van het begin des oogstes totdat er water

op hen drupte van den hemel en zij liet het gevogelte des hemels op hen niet rusten des daags, noch het gedierte van het veld des nachts. 2 Sam. XXI 10. ;

:

Rizpa is alle eeuwen door een aantrekkelijke figuur geweest voor wie een daad, waar adel van /^e^ //ar^ uit spreekt, weet te waardeeren. En adel van het hart sprak uit deze vrouw. Ze was geen geëerde matrone onder de aanzienlijke vrouwen in Israël, want ze had zich als „bijwijf door Saul in zijn harem laten 6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's