Van het kerkelijk ambt - pagina 11
Gereformeerde Stemmen. de macht waarmee ze bij hun benoeming of installatie bekleed worden, moet voorts, zoo zagen we, altoos een macht van Godswege zijn. En ook dit kenmerk gaat hier blijkbaar ten volle door, want welke de macht ook zij, die de dienaar der kerk uitoefent, altoos is dit een heilige macht; een macht die niet uit den wil van eenigen mensch, maar uit den wille Gods voortkomt, en geheel en alleen van Hem uitgaat.
Ten
En
vierde,
aanstelling of
komen we dan
zoo
zevende opmerking,
vanzelf tot onze
rakende het onderscheid
tusschen bezoldiging en loon, dat ook
bij
de
kerkelijke diensten zuiver uitkomt.
Ook de kerk
beloont
Al wat ze beoogt
is,
betaalt
niet,
loon aan haar ambtsdragers
geen
uit.
toe te zien, dat deze
personen die ze opeischt voor haar diensten, zoo leven kunnen, dat hun kracht aan de kerk kunne ten goede komen.
Vandaar dat bij de ouderlingen en diakenen den regel aan geen traktement gedacht is, overmits hun taak van dien aard is, dat deze hun niet belet zelf een eigen broodwinning in
Ten
bleek
vijfde
dat de ambtelijke
ons
betrekking daar ophoudt
te bestaan,
waar de
verantwoordelijkheid voor het beleid der zaak
En ook dit gaat Ook in de kerk
hier
predikanten,
en
doctoren,
ouderlingen
en dia-
dienaren buiten het ambt, zooals
godsdienstonderwijzers, voorlezers, organisten,
En ook
de grens tusschen beiden
hier ligt
eenvoudig daarin,
dat
als
alleen de eerste vier
men
Voorts dat de bedienaren en doctoren wel Niet op een voet, dat ze
bezoldigd werden.
den mond konden openhouden, maar dat ze zoo leven konden als voor den dienst des
hun
Maar
dit alles
dienst gerekend wierd ook
zins betaald te zijn.
Jezus kan niet betaald worden. rept vernietigt het ambt.
terwijl
de overige hierin niet deelen.
Ten eischt; hij
bleek
zesde
persoon,
en
niet
ons,
dat
het
ambt den
een deel van zijn tijd op-
en dat wel in dien zin, niet als mocht daarnevens doen, maar dat hij staat
niets
voor
alles
wat
zijn
ambt
te
doen
geeft.
De opperman werkt op het uur. Acht tien uur! En of de arbeid gereed komt hem niet aan. Hij staat voor zijn taak.
kracht
is
beslag gelegd.
de verantwoordelijkheid, dat
Op
zijn
gaat
persoon
Hij draagt zelf alles
welga.
eenigs-
Wie daarvan
En ook, dat naar het voorbeeld van Paulus, den aard der zake, en ook naar den stelregel van Calvijn, deze bezoldiging alleen dan plaats greep, als de geroepene en aangestelde zonder deze bezoldiging, niet
had waarvan
Ons
resultaat
is
hij
uit
anderen hoofde,
naar behooren leven kon.
derhalve, dat de predikanten,
doctoren, ouderlingen en diakenen wel waarlijk
een ambt bekleeden ; een ambt in zeer eigenuur,
Niet alzoo de drager van het ambt.
en
maar
Dienst in den dienst van
soorten
in
Woords
zonder dat hiermté
instelling,
van dienaren, krachtens goddelijke de verantwoordelijkheid voor de Christi naam uit te oefenen macht dragen,
op hun
beslag wilde leggen
geheelen persoon.
eisch was.
deurwachters enz.
kosters,
en dies van een bezoldiging bij en diakenen dan eerst sprake
hebben;
kwam,
volkomen door.
toch zijn er tweeërlei soort
van dienaren. Dienaren in het ambt, zooals kenen;
te
ouderlingen
grens vindt.
zijn
lijken en zeer wezenlijken zin.
Een ambt
ingesteld door den
de algeheele
Christelijke
manier
ambten ingesteld
als er
kerk,
Koning van in zijn
gelijke
door den
koning van Nederland.
Wat
in
Ef 4
:
ii
staat:
Onze Koning
„heeft gegeven sommigen tot apostelen enz."
duidt die instelling volkomen duidelijk aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's