Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 171
moest zijn, dan ja, spreekt er verlaging, spreekt onderdrukking, spreekt er nederheid uit, als ge vergeten voortleeft onder de kleinen des lands en ge uw toekomst verbindt aan
stede in het paleis er
een ambachtsman. Zulk een vernedering, dat
men
verre onder zijn stand wegzinkt,
van hoogen adel en machtigen rijkdom nog telkens voor, maar heeft dan meestal ten gevolge, dat ze uit wrok tegen hun krenking, en morrend tegen hun lot, zich innerlijk verbitteren en zich zelven wegwerpen.
komt
lieden
bij
Dan is die nederheid tot een vloek. Maar ze kan ook ten zegen zijn,
als ze stil en klein voor God en fijner zielsbestaan in den lageren levensstand indraagt. En zoo was het bij Jozef; zoo was het meer nog bij Maria, de Moeder onzes Heeren.
maakt,
Van
Maria
Roomsche
geloofde eeuwenlang, en belijdt sinds 1870, de kerk, dat ook haar eigen ontvangenis op ongewone wijze
toeging.
Hiermee wordt bedoeld, dat er bij Maria geen erfzonde in haar wezen sloop, zoodat ze buiten erfschuld en buiten erfzonde ontvangen en geboren werd. Een belijdenis, waaraan dan tevens wordt toegevoegd, dat ze ook onder het opgroeien, en in haar verder leven, geen enkele zonde, zelfs geen enkele „vergeeflijke zonde," beging.
Zoo ons
zou
geslacht ontvangenis.
Maria staan
Vraagt men
dus buiten alle gemeenschap met de zonde van en dit is het wat men noemt haar onbevlekte
;
wat grond dit beleden wordt, dan wordt in de verwezen naar Lukas 1 28, waar de Engel Gabriël tot Maria zegt: ,Gij gezegende onder de vrouwen"; een uitdrukking, waarvoor in het Grieksch een woord staat (Kecharitomenê), waarin Origines las, dat haar reeds een zekere genade toekwam vóór haar geboorte. Aangenomen echter dat dit zoo ware, dan was dit immers ook het geval met Joannes den Dooper, die den H. Geest ontving in zijns moeders buik; zonder dat hieruit in 't minst volgde, dat hij onbevlekt ontvangen was. Verder nu beroepen de Roomsche Godgeleerden zich uitsluitend op wat kerkelijke schrijvers gezegd hebben; iets, wat zonder grond in de Schrift geen bewijs is. En ook hun beweren, dat het vat der eere, waarin de Christus zou ontvangen worden, niet besmet mocht zijn. zou dan alleen recht van bestaan hebben, zoo de ChrisSchrift
op
uitsluitend
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's