Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 145

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 145

3 minuten leestijd

U3 ook geen kennisse van verzoening en verlossing uit. toch heeft zalk een geloof dit schoone en heerlijke, dat het aan de macht van den geest over het stof vasthoudt, en wel verre van in de aardsche middelen te verzinken, grijpt naar een reddende macht, die boven het aardsche uitgaat.

al

Ze was niet alleen een Heidensche vrouw, maar zelfs een afstammelinge van die oude, booze, Kanaanietische volken, die Israël uit landpalen verdreven had, en die toen over de grenzen van zijn Phoenicië waren teruggetrokken. Haar afkomst had ze dus tegen zich en de landpalen van Tyras en Sidon, waarbinnen zij woonde, ;

stonden geestelijk bijster laag. Juist daaruit ziet men echter, hoe men in het wondergeloof van deze vrouw niet met een natuurlijk werk van den ouden mensch, maar zeer bepaaldelijk met een gave van uitwendige, algemeene genade te doen heeft. En ook hoe God de Heere er zich zei ven in verheerlijkte, om deze aldus begaafde vrouw zijn lieven Zoon tegemoet te voeren, en bij deze ontmoeting èn zijn wondermacht èn haar ongemeen geloof, tot eere van zijn Naam en tot beschaming van Israël, te doen uitkomen. En nu dit zoo schitterend uitkomt, heeft het tevens den heiligen bijsmaak, dat zij zich, zij het ook nog pas uitwendig, aan den Messias vastklemt, en dat er in haar roepen een conscientiekreet uit de Heidenwereld naar Jezus uitgaat, om te protesteeren tegen Israëls trotsche verbeelding, alsof Grods genade voor eeuwig tot Israël zou beperkt zijn.

En vraagt

ge nu, waarop zulk wondergeloof zich riclit^ dan luidt antwoord: niet op Gods genade, die van de zonde verlost, maar w^el op zijn ahnachfigheid en op die Goddelijke ontferming, die verlost van onze menschelijke eUende. En vraagt ge ten anderen, hoe er zich dit geloof op richt, dan moet geantwoord: Door het volhardend gebed; want wat die vrouw u leert is, dat ge in nood en dood moet bidden. Wat die Kananeesche doet, is met open oogen bidden-, en zóó bidden, dat ze niet aflaat en niet loslaat, en, door dien onweerstandelijken drang van haar gebed, triomfeert. En al was dit nu geen gebed om een geestelijk goed, noch voor liaar noch voor haar kind, toch toont die Kananeesche vrouw ons

het

het gebedsniysterie. Een gebed, dat geen oogenblik door twijfel geschokt wordt een gebed dat toont, hoe ze bereid is, om zich voor Gods almachtig bestel tot op het diepst te vernederen; een gebed dat te vuriger wordt, naarmate de reddende genade toeft en uitblijft; en juist daardoor een gebed, waarop straks de verhooring gevolgd is. ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's