Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 32

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 32

3 minuten leestijd

DEBORA DE VOEDSTER.

20

En

zie

nu

eens,

met wat kiesche teederheid deze oude

slavin in

het huisgezin van Jacob bejegend wordt. Waarschijnlijk was ze als een goede, trouwe zorg voor de kinderen door Isaiic en Rebekka aan Jacob afgestaan, toen zijn kindertal zoo sterk aanwies. Rebekka had haar dus niet als „gebruikte" voeden later was ster koel weggezonden, maar in haar tente gehouden ze uit Rebekka's tente in het gezin van Jacob overgegaan. Daar heeft ze toen denkelijk den kleinen Jozef, en de kleine Dina getroeteld en opgekweekt, en is sinds in de tente van Jacob blij;

ven vertoeven.

En al zijn nu de kinderen groot geworden, zoodat ze alle volen Dina als opgeschoten jongedochter haar wassen mannen zijn jammerlijk uitstapje naar Sichem reeds achter zich heeft, toch blijft de oude Debora in Jacobs tent een op prijs gestelde vrouw. Meer nog, heel het gezin van Jacob was blijkbaar aan haar ;

gehecht.

Debora was een onmisbare schat in het patriarchaal familieleven. toen nu eindelijk de ure van haar dood sloeg, dacht niemand, dat het toch eigenlijk een verlossing was, om eindelijk van die oude, afgeleefde sloof af te zijn, maar is heel de familie over dat sterven verslagen; wordt alle zorg aan haar begrafenis besteed; en voelt Jacob en zijn gezin het gemis van die goede Debora zóó diep, dat er tranen uit aller oogen vloeien, en Jacob die schoone tranen der liefde vereeuwigt, door de plek, waar haar lijk aan de aarde werd toevertrouwd, te noemen AUon Bachut, of Eikenboom der Weening.

En

pocht zoo gaarne, dat ze door afschaffing van de zoo hoog staat. Maar zie nu eens, hoe machtig God de Heere was, om in landen waar de slavernij nog stand hield, enkel door de genademacht van het geloof, de banden der slavernij om te zetten in banden der teederste liefde. Debora beteekent een bij; voor een dienstmaagd, vooral voor een schoone, teekenachtige naam. De bij, beeld voedster een van rustelooze, nijvere, altoos bezige vlijt en zorge. Een diertje dat uit alle bloem honig puurt; en wat het puurt voor anderen geeft en niet rooft voor zichzelven. En tot zulk een lieve, stille, trouwe dienstmaagd had God Debora door geloofsgenade omgewrocht. Beschamend voor zoo menig andere dienstmaagd, ook in onze dagen, die o-edoopt is en Christinne heet, maar als de mier slechts voor zichzelve om loon sleept, of erger nog, met de bij alleen den angel gemeen heeft, en steekt, en zoo menig gezin vergiftigt. Maar ook had God de Heere door geloofsgenade in Jacob, Lea

Onze

slavernij

tijd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's