Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 104

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 104

3 minuten leestijd

,

102

Al kan

gezegd, dat Athalia dien moord pleegde met het de komst van den Middelaar af te snijden, toch had Satan dit doelwit zeer zeker; en Athalia was, toen ze last tot den moord gaf, natuurlijk niets dan Satan's werktuig. Denkt ge u dan ook een oogenblik, dat Athalia's opzet gelukt en al de zonen van Ahazia uitgemoord waren, dan zou er uit Isaï's afgehouwen tronk nooit meer een rijske hebben kunnen voortkomen, en de vervulling van Gods belofte hebben gefaald. Dat Joséba toen den nog zeer jongen prins Joas redde, beteekent dus niets minder, dan dat zij in het redden van dien kleinen prins de Hope Israëls voor vernietiging behoedde, en Satan belette, om de heilige poësie van Bethlehem voor altoos onmogelijk te maken. Zoo min echter als van Athalia kan gezegd, dat zij den moord gelastte, om den Middelaar af te snijden, zoo min heeft men recht van Joséba te zeggen, dat zij Joas redde, om Bethlehem mogelijk be waste

te

tocli niet

doel,

om

maken.

Athalia en Joséba zijn en Joséba van Jehovah.

beide

instrumenten, Athalia van Satan,

Daarom moest

Athalia's opzet feil gaan, omdat Satan Gods werk kan verbreken. Maar ook daarom moest Joséba's toeleg gelukken, omdat de raad des Heeren bestaan zal. En in zooverre was zeer zeker Joséba's heldenmoedige daad een geloofsdaad, als zij door haar geloof instrument in Gods hand werd om het geslacht van den Messias te redden. niet

was zelve prinses, de dochter van Koning Joram, en gehoogepriester Jójada. Gelijk nu nog vaak hooggeboren vrouwen van adel huwen met Dienaren des Woords, omdat de Dienst in het heihge elk onderscheid van rang en stand doet wegvallen, zoo was ook zij, hoewel 's Konings eigen zuster, gehuwd met een man uit den stam van Levi, die aan het hoofd der priesJoséba

huwd met den

terschare stond.

Ze woonde, als Jójada's vrouw, niet in het Paleis, maar in den Tempel; en daar nu het recht van huiszoeking in den Tempel aan de Landsoverheid niet toekwam, lag het voor de hand, dat zij, eenmaal het plan opvattende om Joas te redden, hem bij zich in een der slaapzalen van het Huis des Heeren verstak. Hoe het haar gelukte, Joas in haar macht te krijgen, meldt de H. Schrift niet. Alleen schijnt het, dat Joas' voedster haar hierin behulpzaam was. Het best onderstelt men dus, dat Joséba, zelve een geloovige vrouw blijkens haar huwelijk met Jójada, in dien benarden tijd met deze kinderverzorgster, als met een medegeloovige, op voet van vertrouwelijkheid stond, en die vrouw heeft weten te belezen, om met den kleinen Joas naar den Tempel te vluchten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 104

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's