Het Calvinisme - pagina 184
ÖET CALVINISME EN DE TOEKOMST.
1/6
de souvereiniteit Gods, die ons beheerschen zou, loochent, en zich laat afdrijven
op den mystieken stroom van het eindeloos proces,
En
een regressus in infinitum.
het
op den wortel van deze twee
is
moedergedachten, dat nu tweeërlei leven bezig kelen
:
universitairen naast,
is
zich te ontwik-
hoog gespannen leven
Eenerzijds een boeiend, rijk en
en onder enkele fijnere geesten
kring
;
in
den
maar daar-
of liever ver daar beneden, een materialistisch, naar genot
hunkerend
volksleven,
stoffelijke zoekt,
op
dat
en op zijn
nantiën emancipeert. Het
uitgangspunt in het
zijn wijs een
manier zich van
cyniscJie
alle vaste ordi-
vooral in onze steeds zich uitzettende
is
groote steden, dat dit laatste streven zich ontwikkelt, en, het platteland
overstemmend, den toon voor heel de publieke opinie aangeeft, nieuw geslacht dat
aanrijpt, te
ongoddelijken aard.
Op niets
is
dit streven gericht,
minder kieskeurig
in
in elk
onverbloemder uitkomend voor
en op dat drieledig doel gaat het
af,
steeds
de middelen, die het aangrijpt. Zoo wordt de
inspraak der consciëntie doffer, en matter de glans in datzelfde oog, dat zich zelfs nog in 1789 zoo
De hoogere
zijn
dan geld, op genot en op sociale macht
dwepend op het
nog aan de
geestdrift, alleen
sintels
ideaal
kon
ziels-
richten.
van haar vroeger vuur
men het leven moede, wat zou door zelfmoord er uit te gaan De heilzame kracht der ruste overprikkelt en overspant men zich de hersenen, tot telkens
herkenbaar, vlamt niet meer op. Is beletten
dervend,
?
meerdere gestichten zich voor onze krankzinnigen ontsluiten moeten.
Of eigendom geen diefstal is, werd een steeds ernstiger ingedacht vraagstuk. Dat de liefde vrij en het huwelijk losser moet worden, houdt men almeer voor uitgemaakt, terwijl de strijd voor de monogamie overbodig werd, waar
feitelijk
polygamie en polyandrie
producten der realistische school wordt verheerlijkt.
in alle
En zoo ook
geen Religie meer, omdat ze somber maakt, maar kunst, veel kunst vooral, niet
om
bedwelmt. Zoo
het kunstideaal, maar leeft
men
in
den
tijd
omdat
ze de zinnen streelt en
en
dit tijdelijke,
?'<?<?;',
en stopt
de ooren toe als het klokgelui der eeuwigheid weerklinkt. Concreet, geconcentreerd, uit dit
practisch,
moet heel de levensopvatting
geheel gemoderniseerde burgerleven
komt dan een
politiek leven op, waarin het parlementarisme
naar
een
dictator
steeds
luider
wordt
is
zijn,
en
sociaal en
verzwakt, de roep
vernomen,
pauperisme
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's