Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 115
De vrouw, die eenmaal voor het gewone, eigenlijke vrouwelijke leven geen zin of smaak heeft, schijnt in haar aard en natuur zeer sterk voor deze verleiding en voor deze geheimzinnige invloeden open te liggen. Dat komt van haar fijner zenuwgestel, van haar sterker gevoelsleven, van haar zwakker zelfstandigheid. Satan wist het in het Paradijs reeds. Hij viel niet Adam rechtstreeks aan, maar begon met Eva.
Vraagt ge nu, of deze vrouw van Endor een boos, een hatelijk karakter openbaart? Och, in het minst niet. Let er maar eens op, wat natuurlijke teedei'heid van hart er nog in haar spreekt, als Saul, na de ontzettende profetie die hij ontving, van zich zelf valt en voor den grond slaat hoe ze hem dan helpt en bijstaat hem door zijn knechten op haar bed laat leggen er bij hem op aandringt dat hij toch spijze zal nemen en als hij eindelijk hierin bewilligt, haar gemest kalf van stal haalt, en een rijken maaltijd voor Saul en zijne knechten aanricht. Ook is er in al wat ze van te voren spreekt, niets dat onkiesch klinkt. Er is zelfs weinig toeleg om te imponeeren. Ja, ze heeft zoo niets van een vrouw, die haar opzettelijk bedrog achter vertoonmakenden vorm poogt te verbergen. Juist dit echter verraadt te dieper haar zondig bestaan. Want zeker, het opzettelijke bedrog van een tooverkol is schandelijke misleiding en zonde maar toch is het nog veel zondiger, als iemand niet bedriegt, maar werkelijk met de booze machten der ;
;
;
;
;
demonen
in
gemeenschap
treedt.
En
dat schijnt bij die toovenaresse van Endor het geval te zijn geweest. Telkens lezen we in de H. Schrift van allerlei wijzen, wichelaars, bezweerders, waarzeggers, achtgevers op vogelgeschrei en toovenaars, die in Egypte, in Babyion, in Moab en bij de Philistijnen machtigen invloed oefenden en nog loopt door alle eeuwen het onheilig spoor van een macht, die langs wegen, die God niet gewild, maar God verboden had, aanraking zocht en zoekt met de machten der ;
duisternis.
En
zonde schijnt ook die vrouw van Endor te zijn gevaldaardoor zulk een macht te hebben erlangd, dat ze, niettegenstaande Saul zelf bevolen had, alle toovenaars uit te roeien, stil haar onzalig bedrijf had kunnen voortzetten en dat zelfs zoo openlijk, dat de hooge hofbeambten en officieren, op Saul's vraag, of ze niet zulk een toovenaresse kenden, hem terstond op die vrouw van Endor wezen. len.
in die
Ze
schijnt
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's