Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 169
167
De
noemt haar met den naam van Jesabel, zonder dat echter met zekerheid valt af te leiden, of ze werkelijk dien naam droeg, of dat ze als een tweede Izébel wordt aangeduid. Eerst onlangs heeft men, ook langs anderen weg, ontdekt, dat er toentertijd zulk een Sibyl in Thyatire is geweest. Althans het is bekend geworden, dat er in de tweede helft der eerste eeuw een vrouw van grooten invloed in die stad was opgestaan, die door waarzeggerij in den trant der Sibyllen, een grooten aanhang verwierf, en even buiten de stad in een prachtigen tempel haar zetel Schrift
hieruit
hield.
Nu
het zich zeer goed verklaren, hoe vooral uit haaj: aanvan Christus voegden. Zulke Sibyllen hadden het veelal druk over een nieuwen tijd die komende was over gruwelijke gebeurtenissen die te wachten waren en over een ganschen ommekeer in de zake der religie. Toen nu de eerste gezanten van Christus in Thyatire optraden en naar het scheen, een geheel nieuwe religie en bovendien het na derend einde der wereld, en de wederkomst van Jezus verkondigden was het niet zoo vreemd, dat meer dan één uit haar volgelingen hierin de vervulling van haar voorzeggingen zag en zich ijlings bij de kerk aansloot. Natuurlijk niet als vrucht van genade, maar op den valschen grond van een verzonnen waarzegging. Die overgang tot de kerk van Christus sloot dus volstrekt niet in, dat ze de Sibylle verlieten en aan Jesabel den rug toekeerden maar had veeleer het gevolg dat ze Jesabel nog hooger dan vroeger stelden. Immers haar voorzegging bleek uit te komen. Zoo ontstond er in den kring dier mannen en vrouwen een zondige vermenging van Christelijke belijdenis en afgodische toovenarij. En het droef gevolg hiervan was, dat niet de reinheid van ziele die het Christendom predikt, maar de ontuchtige levensopvatting^ die Jesabel had aangemoedigd, almeer den toon aangaf. Hierdoor verleidden deze mannen ook menig zwakker Christen^ om op gelijke wijze aan het vleesch den teugel te vieren. En zoo ontstonden er in de kerk van Thyatire ontzettende toestanden, eenerzijds van geestelijke, dweepzieke overspanning, en anderzijds van onkuischheid en verregaande ontucht. Vandaar Jezus' vermaning aan deze kerk in zijn brief aan Thyatire „Ik heb tegen u, dat gij de vrouw Jesabel laat leeren, die zich uitgeeft voor eene profetesse, en die mijne dienstknechten verleidt, dat ze hoereeren en afgodenofiér eten." Christus zelf heeft liaar toen bezocht met een bange ziekte. „Zie,* zoo heet het in den brief, „ik werp haar te bed, en hare kinderen zal ik door den dood ombrengen, en alle kerken zullen weten, dat ik het ben die nieren en harten onderzoek." laat
hang velen
zich vrij spoedig bij de kerk
;
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's