Het Calvinisme - pagina 158
HET CALVINISME EN DE KUNST.
150
richtingen heeft ze het diep bederf der zonde erkend
meetbaar
te
maken, hoog de paradijsnatuur
gerechtigheid gesteld
op
eenmaal
die
de
En op
uitloopen.
en
;
uit dit
om dit
;
bederf
de oorspronkelijke
bederf een verlossing geprofeteerd,
dat standpunt nu
Gods
van
genieting
volle
in
kon de kunst
heerlijkheid zou
niet anders zijn
om
een gave van den Heiligen Geest aan ons geslacht,
dan
ons in en
achter het ingezonken leven een rijken, heerlijken achtergrond te doen
ontdekken, die heenwijst naar een
van zonde en vloek
waarin eens
realiteit,
overwonnen
zal
Staande
zijn.
bij
alle
gevolg
den bouwval
van de eens zoo wonderschoone schepping, toont dan de kunst ons de
én
van het oorspronkelijk bestek, én wat de Opperste
lijnen
Kunstenaar en Bouwmeester ons eenmaal nieuw
En
alzoo op dit hoofdpunt
blijkt
overeenstemming met het en
richting zijn,
Gods
blijft
bouwval
met
te
zijn,
geheel
de eerste plaats noemde.
;
wat
al
hij
als creatuur
vermag
de
Souverein,
goede gaven
kan de mensch met
dan
den Booze
uit is
de kunst evenmin
krachten en gaven, die
God
blijft
niets
En ook kan dan want
zelf zijn,
werken, dan en
in
van het Calvinisme, dan kan kunst niet
Gods misbruiken.
Is
straks
opvatting in juiste
belijden
Souvereiniteit het uitgangspunt voor geheel de
want Satan schept
mensch
Calvijns
Calvinistisch
van wat ik
geldt
hetzelfde Is
uit dien
scheppen.
zal
den
niets anders
God hem
kan de kunst
üit
verleent.
niet
anders
tooveren dan naar de ordinantiën door God haar gesteld, toen Hij zelf
als
ook,
is
Opperste en
blijft
aan wie Hij niet alsof
Kunstenaar
God
deze wereld tot aanzijn
riep.
En
Souverein, dan deelt Hij ook deze gaven uit
wil, eerst zelfs
aan Kaïn's, en niet aan Abel's geslacht,
de kunst Kaïnitisch ware, maar opdat wie de hoogste gaven
verzondigd had, althans
in
de mindere gaven der kunst, gelijk Calvijn
het zoo schoon uitdrukt, een » blijk zou bezitten van zijn goeddadigheid.
Dat nu
dit
kunnen, dit kunstvermogen, in de menschelijke natuur
we aan onze schepping naar den beelde Gods. wereld schept God alles, daarin is alleen Zijns het
bestaan kan, danken In de reëele
kunnen, en deswege
God
is
beeld.
blijft
Hij de Opperste Kunstenaar.
alleen de Oorspronkelijke, wij zijn niets
Ons
kun?ten,
óns
vermogen,
óns
Hij als
dan dragers van
zijn
nascheppen van hét
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's