De Drie Formulieren van Eenigheid - pagina 110
DOKDTSCHE LEERREGELS.
102
VI.
Die leeren Dat in de ware bekeering des menschen gccne nieuwe hoedanigheden, krachten of gaven in den wil door God kunnen ingestort worden, en dat overzulks het geloof, waardoor wij eerst bekeerd worden, en waarvan wij geloovigen genoemd worden, niet is eene hoedanigheid of gave, van G-od ingestort, maar alleen eene daad des menschen, en dat het niet anders kan gezegd worden eene gave te zijn, dan ten aanzien van de macht om daartoe te komen. Want daarmede wederspreken zij de H. Schrift, die getuigt, dat God nieuwe hoedanigheden des geloofs, der gehoorzaamheid, en van het gevoel zijner liefde in onze harten uitstort: Ik zal mijne wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven (Jer. XXXI 33). En: Ik zal tvater gieten op den dorstige, en stroomen op het droge ; Ik zal mijnen Geest op uw zaad gieten De liefde Gods is in onze harten uitgestort (Jes. XLIV 3). En door den Heiligen Geest, die ons is gegeven (Rom. V 5). Zulks strijdt ook tegen het standvastig gebruik der Kerke Gods, dewelke Bekeer mij, zoo zal ik bekeerd zijn bij * den Profeet aldus bidt :
:
:
:
:
:
(Jer.
XXXI
18).
:
VII.
Die leeren Bat de genade, waardoor wij tot God bekeerd worden, niet anders is dan eene zachte aanrading; of (gelijk anderen dit verklaren), dat dit de alleredelste manier van werking is in de bekeering des mensehen, en die het best overeenkomt met de natuur des menschen, weïki door aanrading geschiedt; en dat er niets is, waarom deze aanradende genade alleen niet zoude ge:
om den
te maken; van den wil voortbrengt, dan door deze wijze van aanrading; en dat de kracht der God-
noegzaam
ja dat
zijn
God
natuurlijken mensch geestelijk
niet anders de toestemming
werking des satans
boven gaat, goederen belooft. Want dit is gansch Pelagiaansch en in strijd met de geheele H. Schrift; dewelke, behalve deze, nog eene andere en veel krachtiger en Goddelijker manier van werking des H. Geestes in de bekeering des menschen erkent j gelijk bij Ezechiël: Ik zal u een delijke werking, tvaardoor zij de
hierin bestaat, dat
God
eeuwige,
maar de satan
te
tijdelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 162 Pagina's