Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 15
lo
Ook zij was in haar jonge jaren een beeldschoon Oostersch meisje, maar zonder pretentie. In Éebekka geen spoor van behaagzucht, maar integendeel veel kinderlijke eenvoud. Zie maar, hoe ze Eliëzer aan de bron ontvangt, en hoe gereed ze gezien te hebben, als zijn bruid meê naar
is,
ook zonder TsaUc
Kanaan
ooit
te trekken.
Ook is ze geen jonge vrouw, die zich in Oostersche zelfgenoegzaamheid terugtrekt; want al is ze van goeden huize, toch steekt ze ook zelve de handen uit de mouwen; haalt zelve water in de kruik helpt aan het maal en zorgt voor Eliëzers kemelen. Ze moet een aanminnige, een hartelijke jonge dochter geweest zijn, met een warm hart, zooals haar naam Rebekka, d. w. z. de aanvalliqe, dit dan ook uitdrukt. En al merkt ge van Rebekka niet veel sprekend geloof, toch blijkt het wel, dat er geloof ook in haar hart gewrocht was. Dat merkt ge aan haar trek, om uit het afgodische Haran naar de tente van Abraham meê te gaan. Dat ziet ge aan de openbarino-, die haar van 's Heeren wege blijkens Rom. IX 12 was ten deel gevallen. En dat bespeurt ge niet minder aan haar toeleg, om den Messiaszegen voor haar lieveling Jacob machtig te worden. ;
;
:
Maar met
den grond echt vrouwelijke, karakter stemt overeen, dat ze zich maar al te licht leent tot huismiddeltjes, die de proef niet kunnen doorstaan. Het ligt in de neiging van zulke min fiere vrouwen, om veel te plooien en te schikken; wat dan dienst doet om veel misnoeo-en te voorkomen en den vrede te bewaren maar ook er vaak toe^ leidt om in slimheid heil te zoeken. Daar merkte ^jmanlief dan zoo niets van, en moeder de vrouw geniet er van achteren in, zoo aardig als ze het wist aan te leggen. Hiermee hangt het dan ook saam, dat ze zoo op Jacob o-esteld was, en Ezau minder goed zetten kon. Immers ook van Jacob weten we, dat het slimme van den Jood een trek in zijn nog onbekeerde natuur was. Dit gaf tusschen moeder en kind een niet zeer heilige sympathie; maar die zich toch best verklaren laat. En zoo was het dan volkomen natuurlijk, dat, toen het op Isaac's het
dan
dit stille, in
ook
;
aankwam, Rebekka
niet flinkvveg naar haar man ging, om herinneren aan de Openbaring Gods, hem te wijzen op het afgekeerde karakter van Ezau, en op dien grond den zeo^en voor Jacob te vragen maar dat ze er op uit was, om haar op zich zelf geoorloofd doel door „een slimmigheidje'' te bereiken. Daarbij komt Jacob haar in het gevlei. Ook hij ziet niet op tegen een „leugentje om bestwil.'' En als hij bij zijn ouden vader komt, speelt hij de rol, die zijn moeder hem geleerd heeft, meesterlijk.
zegen
hem
te
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's