Het Calvinisme - pagina 204
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST.
196
ligt
en
nog,
liggen
toe
den levenden God.
afgoden tegenover
En
De
Heidendom.
het
i)i
in zooverre lag in
van Duitschlands keizer, toen
teekening
forsche
einde
ten
zal
in het
hij
de
Bud-
dhisme ons den naderenden vijand aanwees, diep gevoelde waarheid.
Er hangt een dicht gordijn voor de toekomst, maar Christus heeft ons op Pathmos het naderen van een bloedige slotworsteling voorzegd, en nu reeds heeft Japans reusachtige ontwikkeling in minder
dan veertig jaren heel Europa met schrik vervuld voor wat ons
kon
wachten staan van
te
dan de
helft
Of
waarmee
de
heeft
Azië
voleinding
vinden;
uit
om
het
veld wint en het reeds
Maar
die, als
opkomend heeft
is
de
Toch
voor
haar
wat, zoo de Heidensche. gedachte,
ook
onder
ons
geslacht tot in nier en ingewand aan-
laf
en laaghartig de Armeniërs laten
de Griek door den Turk verpletterd
;
en Gladstone,
Christenstaatsman, Calvinist in merg en been was, en die
van ons gegaan.
als
den „Great assassin"
En daarom
er
moet op
heid worden aangedrongen, met halfheden
en
zij.
men, omdat het Christelijk eenheidsbesef
den moed bezat den Sultan ken,
zijn
leert
zoodra ze wakker worden en
het Heidensche ideaal
zoo schreiend verzwakt was, is
en materieel, de uitkomst
de dagen der kruistochten, den laatsten
in
als
Heidensche streven,
uitmoorden;
ter wereld
Kruis vereenigd stond en, jubelend
wereldkamp tegenging.
Nu
goed
vol diepen ernst. In
haar doodslaap, ons in een oogwenk op
Koning en Heiland,
tast?
mits
zoo de Christenheid in de oude en in de nieuwe
dit niets,
wereld
technisch
heidensche natiën,
streven de
weer opstaan
en
hoe
niet getuigd,
versloeg,
is
meer
veel
wereld begonnen, in Azië zal het
het probleem der
is
ware
met Indië
Gordon
Taipings
Metterdaad het Aziatisch vraagstuk
zijn ?
het
hij
ras",
gewapend en aangevoerd, de beste soldaten
gedrild,
het,
,,gele
der menschheid.
Chineezen
zijn
het
oppervlakkigheid
staalt
ons
te
brandmer-
radieale beslist-
komen we
niet verder,
Beginsel
moet weer
niet.
tegenover beginsel, wereldbeschouwing tegenover wereldbeschouwing,
geest tegenover geest getuigen, en zegge het dan wie het
beter weet,
maar dan ken
ik
geen vaster en geen hechter bolwerk
dan het nog altoos onverwinlijk Calvinisme.
En
vraagt ge mij
dan, half spottend, of ik dan waarlijk naief
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's