Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 70

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 70

3 minuten leestijd

hb

KACHAJ3.

Juist

doordien

de

kooplieden

reizende

destijds

veelal bij zulke

vrouwen den nacht doorbrachten, had Rachab keer op keer gehoord van dat wondere volk, dat uit Egypte naderende was, en van dien God van Israël, die zoo ontzettende wonderen deed. Zoo liet God haar door die inkeerende zondaars zijn Woord prediken. En terwijl nu Israël aldoor morde, en zelfs een Mirjam om haar ongeloof met melaatschheid moest geslagen, en Mozes zelfs om Zippóra's zonde met doodelijke krankheid wierd overvallen, belieft het God den Heere, om die hoer in genade aan te nemen en, hoewel er stellig in Jericho honderd deugdzame vrouwen waren, die ;

allen voorbij te zien, en zich alleen over dat diepgevallen meisje te

ontfermen. Misschien zelfs dat die vromer neiging in Rachab reeds jaren gewerkt had, en dat ze juist daardoor afgekeerd werd van de afgoderijen in Jericho, toen ze nu van een God hoorde, die niet als een steenen beeld bij een altaar stond, maar van een God, die zoo ontzettende wonderen gedaan had in het land van Egypte, en machtig bleek zijn volk te verlossen. En nu komen daar twee mannen van dien God. Maar die niet komen, om zonde met haar te plegen, maar om voor den intocht van Gods volk den weg te banen. En nu komt het in Rachabs hart tot beslissing. Dien levenden God kan, wil ze niet weerstaan. Die mannen zijn voor haar hooge zendboden. En daarom, voor het leven van die mannen waagt ze haar eigen leven. Misschien dat de Vorst van Jericho haar morgen den kop voor de voeten zal leggen. Wat toch zou die Vorst zich om het leven van een hoer bekommeren? Maar die mannen moeten gered. Gered niet uit berekening, niet uit menschelijk medelijden, maar omdat ze haar gezonden zijn van den AUerhoogsten God. Zoo deed ze wat ze deed om Gods wil. En alsof door die werking van het geloof haar bevroren hart begon te ontdooien, denkt die diepgezonken vrouw nu op eens weer om haar cader en moeder, dat ook die mochten gered worden. En als straks Israëls leger voor Jericho's poorte het beleg slaat, dan is er in dat heele Jericho niemand dan die ééne hoer, die in dat leger God-zelf ziet naderen en als ze dan het venster opendoet, en het scharlaken koord uithangt als teeken, dan is, omdat ze gelooft, haar redding gewis, en lijft God, die eenig Heilige, deze zondige dochter van Jericho in het heilige voorgeslacht van zijn eeniggeboren Zoon in. En is dat nu om haar hoererij te vergoelijken? God verhoede u, dat ooit zulk een booze gedachte in uw ziel binnensluipe. Paulus zou zeggen: Dat zij verre! ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's

Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 70

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898

Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's