Het Calvinisme - pagina 68
HET CALVINISME EN DE
6o is
of laatste hoofddeel,
derde
het
Calvinisme en de
En dan
is
lezing over het
wel het eerste, dat ons hier boeit de schijnbare tegenspraak
en
afstompt,
boven
ernst
waarmee deze
vanzelf den haar gestelden eindpaal bereikt.
7?^/z]ozV
men beweert den
tusschen een Belijdenis, die naar geheel
RELIGIE.
zedelijken prikkel
een practijk in het leven, die in zedelijken
van
de practijk
Puritein, als onkruid en vette tarwe
nomiaan en de
De Anti-
andere religiën uitging.
alle
op dezen akker
maar zoo, dat het aanvankelijk allen schijn heeft, als werd de Antinomiaan logisch uit de Belijdenis geboren, en als kon de Puritein alleen bij gelukkige inconsequentie de warmte dooreengemengd,
van
zijn zedelijken ernst
het
dogma
tegenover de alles bevriezende kilheid van
Van Roomsche
der praedestinatie beveiligen.
en Luther-
het dan ook altoos
van Remonstrantsche en Libertijnsche zijde is weer aan het Calvinisme voor de voeten geworpen, dat zijn onverbiddelijk vasthouden aan de absolute voorbeschikking, geculmineerd sche,
in
der
volharding
de
conscientie, en los in
zoo
valsche
overige
en
stil
niet
in
de practijk, ruim
in
de
door redeneering tegenover redeneering,
ootmoedig, een
Consequenzmacherei
op het
religiën
slap
den wandel moest maken. Maar het Calvinisme
antwoordt op die klacht
maar door
heiligen,
wereldbekend
feit
tegenover
en vraagt u, wat de
te stellen,
van hoogen levensernst tegen het
stuk
Puritanisme hebben over te stellen. „Zullen we dan de zonde doen,
meerder worde?" werd door die zelfde Consereeds aan den heiligen apostel voorgeworpen, en
opdat de genade
quenzmacherei
te
toen in de i6e eeuw de Heidelbergsche Catechismus de vraag had te
weerleggen:
,,
Maakt dan deze
van denzelfden
repetitie
leer
geen zorgelooze en godde-
uit
deze vraag niets anders dan een
laster.
Zeker, het aanhouden, en zelfs
looze menschen?" sprak ook
koesteren van inwonende zonde, en ten slotte nisme,
greep
keer
zelfs
het Antinomia-
op keer de Calvinistische Belijdenis
schild aan, waarachter het zijn wereldzin verstak, en zijn vleeschelijken lust dekte.
van een belijdenis ooit
iets
eigen
ziel
een
waarmee het
Maar zoomin het abstract nastamelen
met Religie uitstaande had,
napraters der Calvinistische Confessie ooit Calvinisten in
geweest.
als
Calvinist in het hart
is
alleen
hij,
zijn
deze
hun hart
die persoonlijk in de
door de Majesteit van den Almachtige aangegrepen en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's