Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 113
111
Door deze beide trekken in haar karakter wint Meer dan één, die gelijk Esther onverwacht
om
ze
tot
uw
sympathie.
hooge
positie
en vroegere weldoeners liefst en het verraadt hoogeren zieleadel, zoo niet meer te willen kennen men den moed bezit, om ook dan nog de banden van het bloed en de banden van het hart te eeren, als die tegen uw hoogere positie
opklimt,
is
laf genoeg,
zijn familie
;
ingaan.
En evenzoo mee
ze tegen
ligt
er in de cordaatheid en vastberadenheid, waaroptreedt, iets dat u aantrekt.
Haman
met ongeroepen voor den Koning te verschijnen, waagde Haar zeggen: „Kom ik om, dan kom ik om", toont dit. Maar ook verder neemt ze haar maatregelen met beleid en op het Reeds
ze
veel.
;
het op handelen aankomt, ontwikkelt ze een geestkracht, die in een vrouw niet alledaagsch is. Daarentegen zouden we aarzelen, om er als derden trek haar liefde voor het volk van Israël, voor haar nationale maagschap, bij te voegen. Want wel schijnt het, alsof de liefde voor haar volk sterk genoeg in haar w^as; maar vergeet niet, dat ze lang geaarzeld heeft, en dat Mordechaï haar ten leste liet aanzeggen: „Weet wel, dat uw eigen leven er mede gemoeid is; als Jodin zult ook gij sterven" (c. 4 13); en toen eerst tastte ze door. „Beeld u niet in uwe ziel, dat gij zult ontkomen, meer dan de andere Joden." Dat woord trof haar. En ook dat andere woord van Mordechaï: „Wie weet of het niet providentieel is, dat gij nu juist Koningin werdt." En nu gevoelt men toch, dat een vrouw, die als het leven van heel haar volk op het spel staat, nog altoos aarzelt, en eerst door bedreiging met eigen levensgevaar tot handelen geprikkeld wordt, geen al te hoogen dunk geeft van haar neiging om zich voor haar volk
gegeven oogenblik,
als
:
op
te oiferen.
Wat echter nog veel donkerder schaduw op geheel haar verschijning werpt, is haar huwelijk met Ahasvéros en haar wraakzucht toen Haman's macht gebroken was. Vasthi was om geen geldige reden verstooten, en het innemen van haar plaats was dus reeds op zichzelf niet hartverh^ffend. Het huwelijk met een Heidensch Vorst was evenmin schoon te noemen. En voor een dochter Abrahams was het gaan in den harem van een Oosterschen Vorst stellig niet te rijmen met het 7e gebod. En nu zegge men niet, dat zij hier niets aan doen kon, omdat een Oostersch vorst eenvoudig nam, wie hem gelustte; want zoo Esther niet voor de verzoeking bezweken was, had ze het volkomen in haar macht gehad een minder gunstigen indruk te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's