Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 30
28 en moet afkeuren, toch mag niet voorbijgezien^ dat wat haar dreef de zucht was, om Juda's stamhouder voort te brengen; dat Juda haar door schennis van zijn belofte geprikkeld had en dat ze geboren was en opgevoed in een Kanaanietische wereld, waarin hoererij zelfs eisch van den afgodischen eeredienst was. een gedachte die we Vaak is dan ook de gedachte geopperd dat een onbewust verlangen om stammoeder niet geheel uitsluiten van den Messias te worden, Thamar gedreven heeft. Althans noch daar vóór, noch daar na, wordt van Thamar ook maar iets vermeld, dat berispelijk zou zijn en het feit ligt er toe, dat een der twee kinderen, die haar op die wijs geboren werden, Juda's stamhouder, en daarmee stamvader van den Messias naar het ;
—
—
;
vleesch geworden
is.
dan ook niet tegen Thamar, wier opvoeding haar zedelijk besef gekrenkt had, dat zich de diepste verontwaardiging richt. De schuldige is hier Juda met zijn beide zonen. Juda, die toonde zoo goed te weten, dat een hoer in Israël ten doode moest gedoemd, en die toch, tegen dat heter weten in, zich verliest in zoo smadelijke
Het
is
zonde.
XIII.
HsnatbEn Pharaö
gaf
hem (Jozef) Asnath, de dochter
van Potiphera, overste van On,
tot
eene
vrouwe. Gen. 41
:
45.
Pharaö was er op uit. Jozef tot een Egyptenaar te maken en in het verband van Egypte's volksleven in te lijven. Hij was zoo met Jozef ingenomen. Hij wilde alles voor Jozef doen. Maar Jozef moest een aanwinst voor Egypte zijn en in Egypte opgaan. Van een God Israëls, die door dien Jozef Egypte redden kwam, mocht geen sprake zijn. De strijd van Pharaö tegen Jehovah teekent zich van meet af. Jozef is een kostbaar talent. Jozef is hem een genie; een staatsman van eersten rang en orde; maar dan moet Jozef ook de glorie van Egypte verhoogen, en een parel worden aan Pharaö 's kroon. Daartoe nu overlaadt hij hem met eere en schatten; daartoe verandert hij zijn naam in dien van Zaphnat-Paanéah, wat zeggen wil Redder des Levens, en daartoe nu moest ook dienen, dat hij aan Jozef Asnath ter vrouwe geeft. Van den éénen kant een hooge onderscheiding, want Asnath was de dochter van Potiphera; en die Potiphera was opperpriester in On, de heilige stad der Zonaanbidders in Egypte. :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's