Het Calvinisme - pagina 24
HET CALVINISME
l6
IN
DE HISTORIE.
wikkelingsvorm van het menschelijk leven beheerscht, én dat voor ons
voorstelling gegeven
die
in het
is
van een rechtstreeksche
grondopvatting
Calvinisme, dank
gemeenschap,
met den mensch en de mensch met God
maar dat God
verzonnen of uitgedacht, in
God
voeg er
Calvinisme die grondopvatting niet heeft
toe, dat het
thans aan
die
Ik
heeft.
zijn
zij
zelf
ze in het
gemoed,
We
het hart onzer geloofshelden uit die dagen gelegd heeft.
staan hier niet voor een product van een schrander intellectualisme,
maar voor de vrucht van een werk Gods voor een inspiratie
Het Calvinisme
gelet.
ontstoken,
in
den muur graf
niet,
i6e
God
maar
wierook voor het genie
Te Genève
ondankbaarheid
dit
men
Calvijn,
een steen
is
had gewrocht.
Bij
Zelfs
In het minst
?
toch leefde
Eén meerder dan
het besef, dat
in
men
in
de
Calvijn,
da
geen enkele algemeene beweging
ge dan ook minder afspraak, minder conventie,
minder een uitstralen
het
Was
waardeerde
al
hier
vinisme in
zijn
zoo ge wilt
punt dient scherpt
dit
wat aan Calvijns nagedachtenis herinnert.
al
in het leven vindt
en
nooit
noemt men hun namen.
en 17e eeuw zelf,
Op
heeft
vergeten.
is
historie.
heeft geen standbeeld voor zijn helden opgericht,
het
ternauwernood
zijn
de
in
in het hart,
één punt.
uit
Gelijktijdig ziet
ge het Cal-
landen van West-Europa onder de natiën opstaan,
alle
treedt
die
bij
volken te voorschijn niet doordat de uni-
versiteit er zich voorspant, of
de geleerden het volk leiden, of een
magistraat zich aan de spitse
stelt,
van het volk dienstboden,
zelf; bij
komst der Kerk,
met
God
zijn
tot
meenschap met roeping
in,
en als de
ja,
in.
God
Gods
een
loflied
in
is
voelt zich door die ge-
hooge
heilige
elke levensuiting en elke kracht,
God
deelachtig werd,
het geloof prijs te geven, dat kunnen ze niet,
dan moeten ze hun God vasthouden, en bestijgen ze tienduizenden
allen toont het
gesterkt, beluistert er een
op de eere
om
werklieden en
bij bij
den boezem
Het menschelijk hart
of vrouw, die dat leven met
gedwongen wordt
uit
Verzekerdlieid des geloofs, zonder tusschen-
tegen de Kerk
eeuwigen vrede gekomen,
zijn
richt
man
wevers en landbouwers,
vrouwen en jongedochters, en
bij
kenmerk:
een zelfde
maar het komt
den brandstapel, het hart en
niet klagend,
bij
duizenden en
maar juichend, met
met een psalm op de
lippen.
Dit nu
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 212 Pagina's