Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 64
MIRJAM.
52
dwenen
waren
in
de
diepte
der
zee,
en toen Mozes met Israëls
aan de ééne zij, en Mirjam met de vrouwen aan de andere daar tegenover elkander stonden, starende op die wateren, zijde, die Pharaö tot een graf waren geworden, met daar achter het gehate Egypteland; en nu jubelend en dankend met psalmen en lofgezangen en zingende met beurtreien voor den Heere. Toen moet er in Mirjam's oog, hoe oud en welbedaagd ze ook was, nog iets van haar jeugdige schoonheid zijn opgeleefd, toen ze met de tamboerijn of den trommel in de hand aan het hoofd dier jubelende vrouwenschare, het uitriep en uitzong en uitjubelde op „Zingt den Heere, want Hij is hoogelijk verheven. Hij alle tonen: heeft het paard met zijn ruiter gestort in de zee!" toen zweeg in Mirjam's vrouvv^enhart alle Toen geloofde Mirjam zelfverheffing en naijver toen genoot ze in Mozes' glorie, en genoot en daarom was ze meer nog in de machtige daden des Heeren helden
;
;
;
Mirjam
toen groot.
Maar, helaas, het geloof heeft ook zijn En zoo is het ook Mirjam vergaan.
tijd
van inzinking.
En toen kwam in die geloofsinzinking de oude booze haat van haar hart weer boven en verviel ze in gemor tegen Mozes en in opstand tegen haar God en Heere. Tot de Heere haar terugriep en haar genas van haar melaatschheid èn van haar ongeloof. ;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's