Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 109
!
107 Juist
maakt een vrouw als Noiidja zoo bij uitstek opgewonden vrouwen imponeeren. Ze spreken met bezieling, met vuur in het oog; en slagen er
echter
dit
gevaarlijk. Zulke vrome,
met
hartstocht,
daardoor maar
al te dikwijls in,
om
een indruk te geven, als waren
met een Goddelijke openbaring. Toen dus Noadja met Tobia en Sanballat meê deed, om Nehemia in het werk der reformatie te hinderen, begrijpt ge licht, hoe ze ze begiftigd
dit aanlei.
De toestand was ontzettend. De tempel lag in puin. Jerumuur verbroken. En zeker, het moest op Gods tijd tot reformatie komen maar eer ook niet. Nu lag men nog onder Gods oordeel. „o,
zalem's
;
Stil
zich
buigen onder
dit oordeel
was
eisch
van ware vroomheid.
En wat wilde die Nehemia? Zelf gaan werken? Eigengemaakte wegen zoeken? Och, altemaal menschenwerk en berekening. God zou er in blazen. En Nehemia mocht toezien. Zoo hij niet ophield, kon de sterke hand van de gewapende macht wel eens over hem komen !"
En
dat vond menigeen onder het onnadenkend volk dan heel vroom. wist die Noadja het goed te zeggen! Ja, waarlijk, er lag een oordeel Gods over Jeruzalem. En wat wilde al dat menschenwerk ook
Wat
God werken ging, dan eerst zou de tijd komen. En daarom, weg met Nehemia, en met al zijn zelfgezochte reformatie. En denk nu niet, dat Nehemia onder dit woelen der valsche
Als
vroomheid Als
er
niet leed.
een
Baaispriester of een priesteresse van de Melécheth voor hem had gestaan, het zou zijn moed geprikkeld hebben. Maar Noadja verzwakte het volk door valsche vrome praatjes; en die taal van valsche, nagebootste vroomheid ontroerde vaak zijn
eigen
h'art.
Er was toch reeds zooveel noodig, om alleen onder allen den moed hoog te houden. Het worstelde toch reeds zoo vaak bang in zijn binnenste. En nu telkens dat roepen Niets dan menschenwerk! het werkte soms zoo moordend op zijn zielskracht. :
En wat
—
Nehemia nu? met Noadja redetwisten? Gaat hij haar drogredenen ontleden en het weefsel harer valsche vroomheid verscheuren? Nehemia doet heter. Hij weet dat er tegen zulke valsch-vrome vrouwen slechts één wapen geboden is, dat u de overwinning verzekert, en dat dit wapen in het gebed ligt. Nehemia hidt tegen Noadja. Gaat
doet
hij
„Gedenk, profetesse
mijn God, aan Tobia en aan Sanballat, en ook aan de Noadja, die mij gezocht hebben vreesachtig te maken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's