Vrouwen uit de Heilige Schrift - pagina 18
dat hij dood of man.
zal
slaan
al
wat hem
te
na komt,
hetzij jongeling
Zoo kweekt de vrouw den wellust, en weet niet dat ze er de wreedheid en het geweld door uitlokt en daar zitten nu de prachtig opgesierde vrouwen in Lamechs tente neergehurkt. Zij zouden den ban breken, en niet onder de heerschappij van den man staan. En zie nu eens, hoeveel dieper nog dan Eva ze gezonken zijn. Weinig meer dan Lamechs slavinnen; sidderend als zijn woede uitbarst. En toch ook dat duldt de zondige vrouw, om maar in haar behaagzucht gezocht te worden, en schijnbaar den vloek der heerschappij teniet te doen. En zoo onderwoelt ze heel het van God geschonken leven. Ze zoekt in tooi en opschik een schoon terug, dat in het paradijs achterbleef. Ze ontheiligt den huwelijksband, door haar vrouwelijke aantrekkelijkheid, die slechts voertuig en steunsel der ;
liefde
te
den
mag wezen
leenen
man
tot
en
tot het hoogste in de liefde te verheffen.
veelwijverij
zichzelve.
En
vermoordt
Door
zich
het huisgezin. Ze bederft ze stort gif uit in de aderen van haar zij
kroost. reeds, o, zoo kort na het paradijs in Ada en Zilla het der zondige vrouw gegeven. adel der vrouw is reeds in Lamechs vrouwen geen aanwezig. Het sieraad van binnen is weg. Ander sieraad is van buiten omgehangen. Tot God straks de zondige vrouw bekeert en het sieraad der heiligen weer van binnen aanbrengt.
En zoo is droeve type Van den spoor meer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 264 Pagina's