Van het kerkelijk ambt - pagina 15
Gereformeerde Stemmen. AVillem
over
III
als
koning
in
Den Haag
doet,
brengen, niet op een paus, niet op
te
eenige synode, maar op Koning Jezus in zijn
de hemelen
residentie, die in
En immers dan oog,
dat
gansche vaderland geen
in ons
er
wet
enkele
is.
springt het terstond in het
geven, plaatsen zich daarmee voor die kerk op het standpunt der groote Revolutie en verloochenen de Koninklijke heerschappij
te
zoowel voor Koning Willem III in 's-Gravenals voor Koning Jezus in zijn hemelsche
hage
residentie.
wet kan gelden, of Koning
als
13
zuiver denken kan derhalve de
eenig
Bij
Willem III moet die gegeven hebben. Hoe die wet tot stand kwam, is nu de vraag niet.
conclusie geen andere dan deze zijn.
Of
geeft
ministers aan werkten, en de Staten-
er
Generaal
er
van Staten Hoofdzaak
gemoeid werd, en de Raad
in er
op wierd gehoord,
is
alleen
dit:
bijzaak.
is
dat geen wet wet
Wetten voor het koninkrijk der Nederlanden
koninkrijk der kerk geeft alleen uit zijn paleis, dat in
En
wordt, dan doordien ze rechtstreeks van den
Koning
uitgaat,
gegeven
in zijn residentie.
in
Gemeen-
in
Staten-Provinciaal of Generaal of
mogen
teraden
volstrekt geen wetten
maken.
Deden ze dit, niemand zou zulke schijnwetten mogen gehoorzamen. De Koning zou een ieder, die deze wetten als wetten erkende, terstond tot
de orde roepen en
straffen.
de Koning in zijn paleis te 'sen evenzoo wetten voor het
alleen
Gravenhage;
Koning Jezus
de hemelen
is.
zijn er nu, gelijk in het land,
zoo ook
de kerk, deelen, die vertegenwoordigd zijn Synode, Classis en Kerkeraden, dan mogen
ook de regeerders dezer deelen wel verordeningen maken, gelijk dat recht ook toekomt aan de Staten-Provinciaal en de Gemeenteraden, maar 1. deze verordeningen mogen zich nooit of nimmer als ivetlen aandienen;
Wel mogen de Staten-Provinciaal en Gemeenteraden, omdat deze ten deele ook
en de
Regeermgs-coUeges
den burgerstaat elke verordening die met de landswet strijdt per se nietig is, zoo ook is in de kerk per se nietig
maar weiten
En
zijn,
verordeningen maken,
nooit.
alleen, maar ook alle verordeningen die de wetten weerspreken en met de wetten in strijd zijn, missen geldende
dat
niet
kracht.
Breng dus
ik
nu op de kerk over, dan kom
ik dit
Ook voor de
of gelden, dan die door den
komen Koning der kerk
rechtstreeks gegeven zijn.
den
uit
uit
Koning Jezus
van
toch
in strijd zijn.
in
en niet geldend, elke verordening of kerkenordening,
die
door
Kerkeraad of
eenigen
Synode gemaakt mocht Wat dunkt u? Is dit
Nu
heeft
zijn.
niet eenvoudig, door-
de residentie van Jezus' zij, is een
Koning Jezus ons
in zijn heilig
Ontkent
kerkelijke 7vet te spreken, die niet
hemel,
Gelijk
kunnen evenals voor
kerk,
het land, geen andere wetten tot stand
Van een
deze verordeningen mogen nooit met
wetten
zichtig en duidelijk ?
deze vergelijking.
tot
2.
zijn
wet gegeven
de
Modernen,
Woord.
men
dus,
gelijk
dat er zulk een heilig, met majesteit bekleed
Woord Gods
is,
of tornt
men
er aan, gelijk
wat ge
dan natuurlijk moet, eer men verder zal komen, eerst dit punt uitgemaakt. En in zoover zijn de Modernen
de burgerlijke overheid erkent en belijdt. Wel wil de Revolutie het zoo. Zij voerde „wetgevende" Kamers in, en wil dat door het volk de wet tot zelfs aan den Koning worde opgelegd. Maar dan is natuurlijk elk begrip van een Koning bij de gratie Gods volkomen vernietigd. Dan is de wimpel der Revolutie aan
en Ethischen consequent, die geen absolute wet van den Koning in Gods Woord erkennende, feitelijk de Koninklijke macht van Jezus in phrasen en woorden vervluchtigen en aan hun Synode het recht toekennen om wetten te maken, gelijk een koning die maakt. Zij dwalen dan daarin, dat ze Gods Woord niet eeren, en de Koninklijke regeering van
Majesteit, door Jezus zelf gegeven
wanbegrip, een gedrochtelijke ongerijmdheid,
en
een
onderstbovenkeering
van
al
bij
den top
Dan
van
staan
het Admiraalschip geheschen.
we
niet
langer
op
Christelijk
Ethischen,
Koning Jezus
niet werkelijk opvatten, maar,
eenmaal die dwaling toegedaan,
zijn
ze con-
sequent.
terrein. Zij derhalve, die
de jongere
aan eenigen paus of synode
de macht toekennen
om
ïuetten
voor de kerk
Alle
diegenen
daarentegen,
die
met ons
aan Gods fF(7ör(/ wel absoluut gezag toekennen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1898
Abraham Kuyper Collection | 52 Pagina's