Als gij in uw huis zit - pagina 36
24
Maar
in den nacht heeft Hij u; is Hij het, die u draagt en houdt; u onderhanden neemt, om u naar lichaam en naar ziel te bewerken. En zoo is uw God den ganschen nacht met u bezig, zonder dat gij er zelf iets van merkt. Bij dag zijt ge óók wel in zijn hand, maar in den nacht toch nog heel anders en veel sterker, want in den nacht haalt God u van uzelven weg, om u, buiten uzelven om, te bewerken en te reinigen, en met een nieuw kapitaal van lichamelijke en geestelijke kracht toe te rusten, en u daarna weer in het bewuste leven terug te brengen. Dat noemt de wereld dan de Natuur, en ze ondergaat het zonder er zich rekenschap van te geven, zooals de beer wegduikt in zijn
die
winterslaap. eert en God vreest, voor dien gaat er in dat nachleven hoe langer zoo meer een rijke wereld open. Voor dien krijgt het leven in den nacht de beteekenis van een uiterst gewichtig stuk historie. En meer nog dan op den dag is het in den nacht dat Gods kind het werk leert opmerken, dat zijn God aan zijn ziel
Maar wie God
telijk
lichaam doet. deel van ons aanzijn, d. i. eiken nacht, worden we door God, gelijk het scheepke uit den stroom op de helling, zoo uit den stroom des levens weggenomen. In den nacht herstelt Hij de geleden schade. En 's morgens als de haan kraait, brengt diezelfde God ons zonder averij weer in de vaart des levens terug. en aan
zijn
Een derde
En nu kunt ge wel zeggen; mij
om,
en
kan dus
tot
dan toch buiten toch niets zeggen," maar
„Zij dit alzoo, dat gaat
mijn eigen
ziel
dit is niet zoo.
leert de Schrift en de ervaring van de heiligen u wel anders. Niet alleen toch dat de psalmist betuigt, dat des nachts zijne nieren hem onderwijzen, maar keer op keer brengt de Schrift u de actieve betuiging van den man die de Wet des Heeren overdenkt bij dag en hij nacht, of ook den uitroep „De Heere zal des daags zijne goedertierenheid gebieden, en des nachts zal zijn lied bij mij zijn^
Dat
:
Want
slapen
slaap, denkt
is
men
wel slapen, en niet
meer met
als
men eenmaal „weg
zelfbewustzijn
;
maar
is" in zijn
het scheelt toch,
met welke overleggingen en gedachten men inslaapt, en welke gewaarwordingen in ons opkomen bij het ontwaken. En nu hebben de vromer kinderen Gods er steeds naar gestreefd, om 's avonds eer ze te bed gingen, hun gedachten van de wereld los te laten, door lezing van het Woord en door gebed hun gedachten aan de dingen des eeuwigen koninkrijks aan te knoopen, en onder het neerliggen, eer ze insliepen, de gemeenschap met het Eeuwige hoe, en
Wezen
te zoeken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's