Als gij in uw huis zit - pagina 105
:
93 een kinderloos huwelijk, blijft in den Naam des Heeren tegen deze demonische neiging protesteeren en den kinderzegen naar het woord van den Psalmist eeren, dat de kinderen een erfdeel des Heeren zijn. Maar ook naar een andere zijde gaat dit protest uit. Er is zoo menige jonge vrouw, die eerst, o, zoo vurig naar een eigen kind verlangde, maar die, als God het aantal van haar kroost vermeerderde, bang gaat worden voor wat ze eerst met vreugde inriep, en bij de ontdekking dat ze weer zwanger werd, met schrik en beving bij
vervuld wordt.
Nu
kan hier een gerechte oorzaak voor bestaan. Er kan zulk een zwakte van lichamelijke kracht zijn ingetreden, dat nieuwe zwangerschap gevaar met zich brengt. De nering kan zoo slap zijn, dat de aanwassing van haar kroost haar met zorge vervult. Het kan ook wezen, dat ze zich niet voelt opgewassen voor de steeds grooter wordende taak, nu haar reeds opgegroeide kinderen haar hulp en leiding zoo noodig hebben. En veel hiervan kan geëerbiedigd worden. Maar er is ook een klagen over dat „weer zwanger zijn" bij vrouwen, bij wie deze oorzaken 'uiet aanwezig zijn. Bij wie eenvoudig een zat
zijn
van de kinderweelde
moest ze hebben. Maar nu is aan En nu moet het ook ophouden.
het spel
in
die
is.
Ook de kindervreugde
behoefte van het hart voldaan.
Want dat het kinderen krijgen nog iets anders is dan een voldoening aan eigen behoefte, dat er ook een plicht, een roeping van Godswege in kan liggen, dat voelt zulk een vrouw niet.
Kinderen zijn een erfdeel des Heeren,'''' zingt de Psalmist, geheel den grondtoon der Openbaring, die ons altoos kinderloosheid als een harde zaak, en veelheid van kroost als een zegen des Heeren voorstelt. Erfdeel beduidt hier, dat het God is, die ons onze kinderen geeft^ doordat Hij ze schept. Immers wat ge door erfenis verkrijgt, is iets dat u van een ander toekomt dat ge van u zelven niet zoudt gehad hebben waarin zijn w^erk en zijn kracht vrucht droeg en waarvan de vrucht u thans toevalt en geschonken wordt. En wel een „erfdeel" niet in dien zin, alsof het een erfenis ware, die u wettig toekwam, en waarop ge eenig recht kondt doen gelden maar zulk een erfstuk, als door een erflater uit geheel vrijmachtige beschikking gegeven wordt aan wie hij wil. Er hgt in dat zeggen Een erfdeel des Heeren, dus tweeërlei Vooreerst dat het kind dat ge ontvangt vrucht is van de scheppende macht Gods ; en ten tweede, dat het u geschonken werd uit vrijmachtige ongehoudene genade. T>
uit
;
;
;
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's