Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 125

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 125

2 minuten leestijd

113

Maar wee hem, ben toch Gods

die ooit

„Waarom kom ik toch

denken ging

:

zou

ik niet

omdolen?

terecht", en onder

kind, In het eind dat leugenachtig voorgeven, het verv^^ijt in zijn hart smoorde, het oor voor de stem van den Herder toestopte, en roekeloos in zijn af-

Ik

zwerven volhardde.

ook nu weer zijn de lammeren die in de ga ook door dit korte w^oord vele machtig zoo „Laat af van uw valsche vrijal wie afz wierf uit

En daarom

v^ant

ruimte omdolen de roepstem tot !" heidszucht en keer weder „De plaats van het lam, dat door het dierbaarst bloed is vrijgekocht, is niet in de ruimte, maar in de armen en aan het hart van zijn Heiland." :

VERGEET DE HERBERGZA.AMHEID NIET.

XXVir.

(gastvkijheid.)

Tracht naar herbergzaamheid.

Rom.

In gaat,

trouwe

zijn

heeft

geacht,

om

Vaderzorge,

die

12

:

13.

over heel ons menschelijk leven

God de Heere zich

het niet beneden zijn Goddelijke majesteit in zijn heilig Woord ook over de herbergzaamheid

uit te spreken.

Voor Gods kind gaat

God

vreest, zal

niets buiten heilige ordinantiën

om, en wie

zich ook op het stuk der herbergzaamheid niet door

maar door die ordinantiën zijns Gods laten leiden. aanstonds opgemerkt, dat de plicht, de heilige plicht der herbergzaamheid thans minder van ons vergt dan in de dagen der patriarchen en apostelen, In de dagen der patriarchen, toen de geroepenen des Heeren nog in tabernakelen of tenten omtogen, eischte de heilige plicht der herbergzaamheid dat men een ieder, die bij het vallen van den avond langs zijn tente kwam, binnenriep, verkwikte en herbergde. Dit moest zoo en kon toen niet anders, omdat men den mensch die naar Gods beeld geschapen is, niet als ware hij een dier buiten mag laten overnachten.

lust

en

Toch

gril, zij

8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's