Als gij in uw huis zit - pagina 94
::
82
Immers wat ge door toekomt
werk
;
erfenis verkrijgt, is iets dat u van een ander dat ge van u zelven niet zoudt gehad hebben waarin zijn ;
kracht vrucht droeg en waarvan de vrucht u thans toevalt en geschonken wordt. En wel een „erfdeel" niet in dien zin, alsof het een erfenis ware, die u wettig toekwam, en waarop ge eenig recht kondt doen gelden maar zulk een erfstuk, als door een erflater uit geheel vrijmachtige beschikking gegeven wordt aan wie hij wil. Een erfdeel des Heeren, dus tweeërlei Er ligt in dat zeggen Vooreerst dat het kind dat ge ontvangt vrucht is van de scheppende macht Gods en ten tweede, dat het u geschonken werd uit vrijmachtige ongehoudene genade.
en
zijn
;
;
:
•
Ja meer nog, omdat er niet staat Kinderen zijn een erfdeel Gods maar nu er staat Kinderen zijn een erfdeel des Heeren, d. w. z. een erfdeel dat u van Jehovah, den God des Verbonds, toekomt, ligt in :
;
:
dat zeggen tevens de band aangeduid, die u en uw kroost in het Verbond der genade saambindt en saamomsluit. Zoo hangt dat „erfdeel des Heeren'''' saam met de belofte van y^JJ en uwen zade^'' en wordt er hier geduid niet enkel op de kindervreugde en den kinderzegen van dit leven, maar ook op de hooge heerJijke roeping, dat een vrouw op aarde moeder mag zijn van Gods uitverkorenen, en uit haar ingewand niet enkel voor deze wereld en voor het graf, maar ook voor den hemel baren mag.
Nu
men
meê op
luchthartigen toon, en wie met zijn vele kinderen nauwelijks weet rond te komen, laat zich licht verlokken „Een fraaie zegen, zooveel kinderen, zoo tot het roekeloos zeggen ge er maar eerst brood voor hebt ;" maar zulk zeggen beslist niets. Ten deele is zulk zeggen zelfs verklaarbaar, omdat de plicht die aan onze kinderen is te volbrengen, een zoo langdurige, een zoo, aanhoudende, en zooveel omvattende is, en niet zelden ziekte en tegenspoed en verkeerdheid in de gedraging onzer kinderen, de kwijting van dezen langen plicht zoo afmattend kan maken. Maar verklaarbaar of niet, al zulk zeggen is onheilig, en wie zoo spreekt of klaagt, verzaakt zijn geloof en staat op verkeerd standpunt. Ge zijt niet in de wereld, om uw eigen zin of lust te volgen, maar om den Heere uw God te dienen in het u aanbevolen werk. Welk nu dat werk is, staat aan Hem, niet aan u te beslissen, en ook al roept Hij u om niet anders dan waterputter en houthakker te zijn, zoo Hij er u toe roept, zult ge ook in dit uw Goddelijk beroep getrouw en gelukkig zijn. Maar als nu diezelfde God u roept, om uw gaven en uw krachten te besteden aan de verzorging en opleiding ten eeuwigen leven van spot
hier wel
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's