Als gij in uw huis zit - pagina 232
dan de zorge voor de toekomst van uv^r God op u neder. En terwijl ge hard van huid zijt geworden voor het kwaad in het heden, waartegen ge strijden moest, bezwijkt ge machteloos, en zonder kracht tot verweer, bij den schrik voor het kwaad dat na weken of na maanden komen kan.
En zeg nu
dat dit woord van Jezus u nog ongelukkiger maakt. wel zoo, maar het is zoo niet. Dan verwijt men u: „Met mijne zorgen voor de toekomst heb ik het al zoo zielsbenauwd en nu wilt ge me nog het hart bezwaren met allerlei kwaad in het heden, waaraan ik gelukkig gewend was geraakt, en dat me deswege niet meer beklemde." Maar de ervaring leert het anders, en zet op Jezus' woord het zegel. We moeten weten, dat ons leven is „zeventig en tachtig jaar, en dat het meeste van dien is moeite en verdriet." We moe^e/z eiken dag de rauwe tegenstelling voelen tusschen het geluk dat God ons bereid had, en de werkelijkheid te midden waarvan we leven. Dan alleen weet en bekent ge, dat uw thuis daarboven, uw vaderland bij God is, en dat de harde reis, die we hier te volbrengen hebben, gevolg is van onze eigen schuld, dat we den verkeerden weg inliepen, en dus op dien weg weer terug moeten, om weer uit te komen bij onzen God. Zoo wordt alles van binnen in u wakker. Ge maakt de hoogste aanspraken op uw erfenis om Jezus' wil daarboven, maar juist daarom geen de minste aanspraak, om het wel te hebben, nu reeds, hier op de pelgrimsreis. Hier is het kwaad, en het kwaad is er alle dag, is er elk uur, is er van binnen en van buiten, in u en in anderen. En wie daar een oog voor heeft, die leeft, dien schrijnt het door de ziel, maar dien prikkelt het ook de energie, en die kan te midden van zijn kwaad zoo stil en innig dankbaar zijn voor eiken beker koud water, die hem op de pelgrimsreis nog gereikt wordt.
Dat
niet,
schijnt
;
Wie half blind door het leven gaat, en daarom het kwaad van eiken dag niet ziet, die kent geen zonde, die kent geen kommer over de zake Gods, dien wegen zijn kinderen niet met een eeuwig belang op het harte, dien verteert de liefde van Christus en zijn Sion niet. Als zulk een man de honderdduizend uit de loterij trok, en geen zieken in huis heeft en vrienden voor den omgang bezit, dan is hij de wereld te rijk, en zou hij alle zorg van zich schudden. Andere behoeften, dieper nooden, angstiger zorgen kent hij niet. En daarin juist ligt het valsche van zijn toestand; want eens komt de ure, dat geen geld meer lafenis biedt, en de doodsangst van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's