Als gij in uw huis zit - pagina 79
;:
67 trouwt, dat zijn vrouw hem goed verzorgen zal. Er staat toch letterlijk, en met zoo vele woorden: „Het hart haars heeren vertrouwt op haar, dat hem geen goed, d. i. geen ding dat hij behoeft, zal ontbreken," Geestelijk overspannen lieden zullen dit nu wel zeer prozaïsch vinden maar zoo is de Heilige Schrift. Of zegt die Heilige Schrift niet ook van een leeraar of ouderling, dat wie zijn eigen huis niet wel regeert, erger is dan een ongeloovige wat dan natuurlijk zeggen wil, dat zulk een aan den roep der gemeente van Christus meer nog dan een ongeloovige afbreuk doet. ;
Maar
feitelijk
is
de
grondgedachte
in
Oud en Nieuw Testament
ook hier één.
De deugdelijke leeraar of ouderling moet eerst zijn eigen huis en dan het huis Gods wel regeeren. En zoo ook de deugdelijke huisvrouw komt hierin eerst, en hierin meest uit, als ze toont tot het wel verzorgen en wel regeeren van haar huis in staat te zijn.
De woorden zelve van den Spreukendichter wijzen het uit. Immers al wat van deze deugdelijke huisvrouw geloofd wordt, bestaat in zes dingen: ten eerste dat ze haar man, ten tweede dat ze haar kinderen, ten derde dat ze haar dienstmaagden, ten vierde dat ze de armen, ten vijfde dat ze haar goed, en ten zesde dat ze haar huis wel verzorgt.
Ze zorgt voor haar man. Dat staat in vs. 11 en 12 als haar eerste huwelijksplicht bovenaan „Het hart haars heeren vertrouwt op haar, zoodat hem geen goed zal ontbreken. Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen haars levens." Dan zorgt ze voor haar kinderen. Lees het maar in vs. 26 en 28ö: „Zij doet haren mond open met wijsheid, en op hare tong is leer der goeddadigheid. Hare kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig." Voorts zorgt ze in de derde plaats voor haar dienstmaagden. Dat merkt ge uit vs. 15, waar het heet: „En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en hare dienstmaagden het bescheiden deel." Ook zorgt ze in de vierde plaats voor de armen. Lees het maar in vs. 20: Zij breidt hare handpalm uit tot den ellendige; en zij steekt hare handen uit tot den nooddruftige." Dit nu is hare zorge voor de levende have. En deze zorge voor de levende have ziet ze zoo schitterend gekroond, dat haar man en haar kinderen in de poorte der stad geëerd zijn en dat een iegelijk in de poorte haar prijst om het werk harer handen. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's