Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 21
17
Artikel 31. tot gevangenisstraf van drie jaren of langer onherroeveroordeeld, verliest over het tijdvak, gelegen tusschen den dag, waarop die veroordeel ing onherroepelijk is geworden, en den dag, waarop hij de straf zal hebben ondergaan of daarvan kwijtschelding zal hebben bekomen, zijn recht op rente ingevolge deze wet. Wij behouden Ons voor, daartoe termen vindende, over derenten, waarop voor een veroordeelde, ingevolge het in het eerste lid bepaalde, het recht mocht verloren gegaan zijn, te beschikken ten behoeve van de personen, die ingevolge deze wet recht op renten zouden gehad hebben, indien het ongeval, waardoor de veroordeelde getroffen is geworden, den dood van dezen tengevolge had gehad. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet vooi- den veroordeelde, die voorwaardelyk in vrijheid is gesteld, gedurende den tijd, dat hij zich voorwaardelijk in vrijheid bevindt. Hij,
pelijk
die
is
HOOFDSTUK Van
VI.
de vaststelling van den versekeringsplicht en de indeeling in gevarenMassen.
Artikel 32.
De bedrijven, in artikel 11 bedoeld, worden bij algemeenen maatregel van bestuur ingedeeld in ge varenklassen naar evenredigheid van het gevaar, dat zij voor de verzekering opleveren. By deze indeeling wordt het maximum-gevaar voorgesteld door éénhonderd percent. Elke gevarenklasse bevat een aantal gevarenpercenten, zoodat aan de ondernemingen, welke wegens het daarin uitgeoefend bedrijf in eene zelfde gevarenklasse vallen, een gevarenpercentage kan worden toegewezen, dat de mate van het gevaar uitdrukt, hetwelk die ondernemingen ten opzichte van elkander voor de verzekering opleveren. De algemeene maatregel van bestuur, in het eerste lid bedoeld, wordt herzien na het opmaken van en in verband met elke wetenschappelijke balans. Artikel 33. is verplicht van het door hem uitgeoefende betegen bewijs van ontvangst schriftelijk aangifte te doen in duplo ten kantore der posterijen, binnen welks kring hij zijne woonplaats heeft. Heeft de werkgever hier te lande geene woonplaats, dan geschiedt de aangifte ten kantore der posterijen te 's-Gravenhage met keuze van woonplaats hier te lande. Heeft de in het vorige lid bedoelde werkgever geene aangifte gedaan of geene woonplaats gekozen, dan heeft hij voor de toepassing van deze wet zijne woonplaats ten huize van hem, die ter plaatse, waar het bedrijf hier te lande wordt uitgeoefend, met
De werkgever
drijf
de leiding der werkzaamheden
is
belast.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's