Als gij in uw huis zit - pagina 70
58
Lichaam en
ziel zijn wel onderscheiden, en het is niet waar, wat ook onder Christenen almeer rondvertelt, dat onze ziel zelve haar eigen hchaam geformeerd heeft; maar evenmin mag gezegd, dat er geen verband bestaat. God geeft ook onder de kinderen der menschen aan een iegelijk zijn eigen lichaam, en buiten zonde zou een iegelijk juist zulk een lichaam hebben, als bij zijn ziel paste, en geheel op zijn innerlijk bestaan berekend was. Als er dus staat: „God schiep ze man en vrouw", is het plicht allereerst aan de onderscheidene gestalte van het innerlijk wezen te denken. De innerlijke aanleg van de ziel eens mans verschilt van den innerlijken aanleg van de ziel eener vrouw. Wel zijn op beider harp hetzelfde aantal snaren gespannen maar de snaren zijn anders geschikt; ze verschillen in lengte en zwaarte; en er wordt op die snaren anders door de ziel eens mans dan door de ziel der vrouw gespeeld.
men
;
Zuiver loopt die tegenstelling thans niet meer. Ook hier is de zonde storend lusschen beide getreden. Op beider zielsharp toch, zoowel van man als vrouw, zijn snaren losgeraakt, andere met roest overtogen, en enkele gesprongen. En overmits dit nu bij den één zus en bij den ander zoo toeging, is de wederzijdsche verhouding soms zoo sterk gewijzigd, dat ge vrouwen ontmoet die u aan aangekleede mannen doen denken, en mannen die veel weghebben van een verkleede vrouw. Zoo doet de zonde altoos. Ze rukt ons uit onzen stand. Ze verbreekt het evenwicht. Ze verstoort de harmonie. Vandaar al de wanklanken, die uw oor gedurig opvangt en die straks over uw eigen lippen uitgaan. Er ruischt geen schoon en zuiver accoord meer. Het is al chaos geworden. Reeds bij uw kinderen merkt ge, dat, als ze onder elkander beuzelen, er meer dan één meisje zegt, dat ze liever een jongen was geweest. Groeien ze als knapen en meisjes op, dan vindt ge er niet zelden een, die meisje is, maar zich jongensachtig aanstelt. En ook onder de gehuwde vrouwen is het niet zeldzaam, dat de vrouw denkt: Ik zal wezen wat mijn man moest zijn. Altegader gemis aan eerbied voor Goddelijke ordinantie. En toch, zelfs in die afdoling nog het spoor der Goddelijke ordinantie vertoonend. Immers bijna nooit wil een jongen een meisje wezen, maar wel het meisje een jongen aldus zelfs in hun dwaasheid het Goddelijk bestel ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's