Als gij in uw huis zit - pagina 152
anders dan de doffe moeraslucht heeft ingeademd, voelt voor die stijve cijfers en angstvallige berekeningen een hartgrondigen afkeer. Neen, wie leeft in hooger sferen, versmaadt het rekenboek en doet niet aan dat boekhouden. Of, als hij boekhoudt, verschalkt hij toch den boozen cijfergeest, door er zoo maar iets in te zetten en te maken dat het sluit. Maar eigenlijk boekhouden, precies, naar recht en waarheid, nauwkeurig en angstvallig boekhouden, dat doet zulk een hoogere geest niet.
Dat
aan anderen, dat laat hij aan zijn minderen over. Hij zoolang er geld in kas, of geld in huis is. Is er niet meer, dan vraagt of leent hij, en betaalt terug of niet terug, al naar het uitkomt. Of ook hij leent niet, maar koopt op crediet, en leeft van het geld van zijn schuldeischers, om als die schuldeischers, wat hun toekomt, durven opvorderen, het wreed te vinden, dat men hem durft manen. Op die wijs leefden van oudsher de mannen van de kunst, leefden de studenten aan de academie, leefden de denkers en philosofen, leefden de mannen van den sabel en van de pen. Niet zelden deed ook de vrouw in die kringen aan zoo schuldige slordigheid van leven mede. En wie er óók soms, en dat is het ergste, aan meededen, dat waren mystiek gezinde Christenen, die de aardsche beslommering te ongeestelijk vonden om er hun ziel mee te vermoeien. Zelfs meldt de historie van geestelijke voorgangers, die in hetzelfde geeft
laat hij
maar
uit,
euvel vervallen
zijn.
Ook deze zonde nu wordt door Gods Woord bestraft, en nagestraft door veel geldelijk verlies, zoo maar niet door geldelijken ondergang, die van het slordig omgaan met het geld vaak een onvermijdelijk gevolg
is.
Heeren Woord leert ons aan het geld waarde hechten, niet omdat het goud zoo goudgeel blinkt, noch ook omdat voor geld zoo schier alles te koop is, maar overmits het een talent is, van God ons toevertrouwd, primordiaal zijn eigendom, ons slechts voor een tijd in handen gegeven, en ons den plicht opleggend, om het niet ons ten dienste, maar in zijn dienst te gebruiken, en er Bern eens rekenschap van 's
te
doen.
Dat
moet
is
de eerste grondslag, waarop eens Christens financieel gebouw
rusten.
Daarbij
komt
dan
de
tweede,
dat
Gods
Woord
stipte,
strenge
een verachtelijke zonde vloekt. Wie het geld hebben moet is de meester van het geld, en de Heilige Schrift noemt diefstal elke daad uwerzijds, waardoor ge het geld
eerlijkheid wil,
en
alle oneerlijkheid
al
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's