Als gij in uw huis zit - pagina 72
;
60 te maken, en die maakte ze zoo goed, dat ze hoogen bedong, en op die manier heel wat inbracht, ja, zooveel inbracht, dat ze op kon leggen en een akker koopen. Ze spint en borduurt en maakt sieradiën. Lees het maar in vs. 13 en 14: „Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen. Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen." Daarna nogmaals in vs. 19 en 22: „Zij steekt hare handen uit naar de spil, en hare handpalmen vatten den spinrok. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; hare kleeding is fijn linnen en purper." En die producten van haar hand verkoopt ze. Zie het maar in vs. 17 en 18 en 24: „Zij gordt hare lenden met kracht, en zij versterkt hare armen. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; hare lamp gaat des nachts niet uit. Zij maakt fijn lijnwaad en verkoopt het; en zij levert den koopman gordelen." En met dien handel van wat ze zelf spon en borduurde is ze zoo gelukkig, dat ze een kapitaaltje kon opleggen. Immers vs. 16 zegt: „Zij denkt om eenen akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij eenen wijngaard."
koopwaar gereed
prijs
En wat eindelijk de zorge in engeren zin voor huis en huishouding aangaat, ook hierin weert ze zich voortreffelijk. Ze is geen lange slaapster, maar werkt 's avonds langer dan het dag is, en is 's morgens weer de eerste het bed uit. Er staat toch in vs. 18: „Hare lamp gaat des nachts niet uit; en in vs. 15: „Zij staat op als het nog nacht is." Evenzoo laat ze de zorg voor haar huis niet aan de dienstboden over, maar zelve geeft ze uit en wijst ze aan ieder zijn deel toe. Zie het maar in vs. 15: „Zij geeft haar huis spijze en aan hare dienstmaagden het bescheiden deel." Op haar eigen kleeding is ze nauwgezet: „Hare kleeding is fijn linnen en purper. Sterkte en heerlijkheid zijn hare kleeding," wat zeggen wil, dat ze degelijk goed draagt, en dit met smaak en goeden snit weet aan te leggen. Ze gaat heel haar huis, in de gangen, op de zolders en in de kelders na. Ze is altoos bezig. „Zij beschouwt de gangen van haar huis, en het brood der luiheid eet zij niet." Ja, om er ook dit bij te voegen, ze zorgt niet alleen voor haar goed en haar huishouding maar ook voor het huis zelf. Er staat immers in vs. 21: „Zij vreest voor haar huis niet vanwege sneeuw; want haar gansche huis is met dubbele kleederen gekleed," iets wat van de Oostersche huizen zóó te verstaan is, dat men nog geen behangsels had, maar voor de muren tapijten ophing de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's