Als gij in uw huis zit - pagina 296
284
mag
voorbijgaan,
er
dat
geen
ge
vrucht draagt voor de eere van
uw God. Heel uw
leven, op den Sabbat en in de week, en al die dagen lang in elk u voorkomend geval, moet dal vrucht dragen voortgaan. Er moet een vrucht dragen des geloofs in alles zijn. In al uw arbeid, in al in
uw omgang,
alle verdriet
en
uw zorge, in al dat u overkomt.
in al
alle lijden,
uw
moeite, tot zelfs
des geloofs, vrucht tot Gods eere in uw omgang met de vorming van uw karakter, in de ontwikkeling van uw geest, in het beteugelen van uw hartstochten, in het inbinden van uw drift en uw humeur, in het afstaan van ijdelheid, in het dempen van uw trots en hoogmoed, in het reinigen van uw hart. Vrucht des geloofs, vrucht tot eere van uw God, moet er zijn in uw betrekking tot uw man of vrouw, in uw zorge voor de kinderen, die uw God u gaf, in uw verkeer met uw broeders en zusters, in uw verhouding tot uw dienstbaren, of, zoo ge zelf dienstbaar zijt, in uw verhouding tot wie over u gesteld zijn. En zoo ook, vrucht des geloofs, vrucht tot eere van uw God, moet er aan de twijgen uwer ziel bloeien en rijpen, bij het u kwijten van uw levenstaak, bij het verzorgen van alle ding dat u is toevertrouwd, bij het volvoeren van de dagelijksche levenstaak, bij het afdoen van wat u eiken dag als taak is opgelegd. In en bij dit alles, zult ge als geloovige, als kind van God, u niet tevreden stellen met een vrucht van burgerlijke gerechtigheid, maar zult ge een vrucht des geloofs dragen, en elke dag is verspeeld en verzondigd, waarop de hemelsche Landman die geloofsvrucht niet
Vrucht
uzelven,
aan
uw
in
takken vindt.
Zoo keert Jezus met dat diepe woord doen,"
woning.
ook
tot
u
in,
in
uw
huis.
„Zonder mij kunt gij niets zoekt er u meê op in uw morgen en eiken avond. Hij :
Hij
roept het u toe eiken u mede bij allen arbeid. Hij fluistert het u in bij elke moeihjkheid, w^aarvoor ge in het dagelijksch leven komt te staan. Niets zonder levensverband met mij. Gij staat, als geloovige, niet op u zelf. Gij zijt niet zelf een boom, met eigen wortel, maar slechts een tak, een twijg, een rank. Niet in u, in mij alleen is de wortel, en alleen uit dien wortel kan het levenssap des geloofs u toekomen. Wat wildet gij dan doen zonder mij? Zij het dus al, dat gij matlglijk leeft, en stil uw arbeid verricht, en vrede houdt met wie om u zijn, toch is dat alles nooit een geloofsvrucht, als het uit u zelven opkomt, als gij dat in eigen kracht zoo wrocht. Ge teelt dan niet anders dan een wrange, bittere, wormstekige
verzelt
Hij
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's