Als gij in uw huis zit - pagina 93
XVII.
j3en
Tk
een Vader, waar (de
Vade
is
mijn
eere?
e.)
zal den vader eeren, en een knecht ben Ik dan een vader, waar is mijne eereV en ben Ik een heer, waar is mijne vreeze? zegt de Heere der heirscharen tot u, o priesters,
Een zoon
zijnen heer;
verachters mijns naams! Maar verachten wii uwen naam?
gij
zegt
Waarmede
Mal.
Uw
1
:
6.
en uw God te eeren, is volstrekt niet hetzelfde. dienen knecht, en voleindt zijn knechtschap door stipt te gehoorzamen en te volbrengen al wat hem was opgelegd. Vandaar dan ook, dat in den dienst van den Heere onzen God dat knechtschap op den voorgrond staat. „Dienstknecht des AUerhoogsten" te wezen is een eeretilel, en „knecht Gods" staat zóó hoog, dat het aan alle engelen en menschen, met den Middelaar Gods en der menschen gemeen is. Ook de Middelaar heet de „lijdende knecht Gods". In onze taal is bij het benoemen van den band die ons aan God bindt, dat dienen van God zelfs derwijs op den voorgrond getreden, dat ^GkO^s-diensf er de naam voor geworden is, en het veel schooner woord van Gods-vrucht er geen stand voor hield. Want wel poogden onze vaderen in de dagen der Reformatie, toen de (jodisvrucht weer dieper dan het dienen ging, er den naam van Religie voor in de plaats te stellen, een naam die niet op het dienen, maar op het eeren van God wijst. En zoo spraken zij dan ook, en spreken
Wie
God
te dienen
dient
is
in dat
6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's