Als gij in uw huis zit - pagina 139
127
meer tenen,
vat op hen.
en
geven
Immers
zij
zijn
vrijgemaakte, en
daarom
vrije Chris-
zich zonder weerstand over aan den lust van
hun
geesteUjk oog.
Zoo zwerven ze om en om, hun tente nu eens bij het woud en dan weer in de dorre woestijn opslaande, en in den wolf zien ze geen vijand meer, maar tegen den hond van den herder gaat al hun haat. Of ook, het geestelijke is bij hen niets dan schijn, en onder dien vromen schijn zoeken ze, erger nog, den lust huns harten, zoo maar niet den boozen lust van het vleesch. Nog hooren ze wel de stem van den herder die roept: „Keer weder !" maar zij ivillen niet wederkeeren, en verkiezen hun eigen paden, en hun hart klopt sneller in hen, indien ze maar in de ruimte, naar eigen wilkeur, omdolen en omzwerven kunnen. En zoo raken ze al verder van hun God af, worden ze al meer aan hun God ontwend, en begint de engte van de schaapskooi hun al meer tegen de borst te stuiten. Tot er ten slotte alles meê door kan, wijl er te kwader ure iets van den ivolvenaard gevaren is in de natuur van het afgezworven en ganschelijk verdoolde lam.
En wat nog het bangste is, zulk afzwerven laat God de Heereniet maar soms laat Hij het over ons komen als een straf, en
slechts toe,
brengt het over ons als een oordeel waaronder we moeten bezwijken. Ik zal Israël weiden als een Bij Hosea zegt de Heere van Israël lam in de ruimte." D. i. Ik zal hun hart verharden. Ik zal ze doen afzwerven van de kudde. Het spoor van de schaapskooi zal Ik hun bijster maken. En mijn heilig oordeel zal het wezen, als ze ten leste omdolen en omzwerven als een lam in de ruimte op het onbeschermde veld. Als Gods eerste kind, onzer aller vader Adam, zijn Eden verzondigt, drijft God hem uit het Paradijs uit, en jaagt hem in de ruimte der wereld, waar de doornen en distelen voor hem bereid zijn. En zoo doet de Heere nog. Treft dit nu een begenadigd kind van God, natuurlijk, dan is het altoos met de bedoeling, en onveranderlijk met de uitkomst, dat het lam in de ruimte ten slotte zijn nood en dood gevoelen gaat, en weer heimwee naar de schaapskooi in zich voelt opwaken, en door den trouwen Herder weer naar de kudde wordt teruggebracht, opdat Gods engelen juichen mogen, en Gods genade in zijn kind triomfeere. Maar wee hem, die ooit denken ging Waarom zou ik niet omdolen? Ik ben toch Gods kind. In hel eind kom ik toch terecht", en onder dat leugenachtig voorgeven, het verwijt in zijn hart smoorde, het oor voor de stem van den Herder toestopte, en roekeloos in zijn afzwerven volhardde. :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's