Als gij in uw huis zit - pagina 287
275
Thomas herhaalt onder zijn aanbiddenden uitroep God! Omdat hij een eeuwig Koning is, kan zijn naam niet
van
:
Mijn Heere
en mijn
voortgeplant,
dan door wie van dien Koning een onderdaan wil zijn. En daarom, voortgeplant van kind tot kind wordt de naam van dezen Koning dan eerst, zoo er van kind tot kind niet slechts altoos zijn, die dezen naam gedenken, maar ook dezulken die hem belijden, en dien naam op zich zelven toepassen, hem erkennende als den Koning die ook over en in hun hart regeert.
Dit
is
nu het hooge
doel,
waarop
alle
Christelijke
opvoeding moet
gericht zijn.
In den heiligen Doop van dien Koning is het merkteeken ontvangen, en nu, zoodra het bewustzijn ontluikt, moet het kind met dien Koning bekend gemaakt, als met een Koning die eeuwig regeert, die ook over hem moet regeeren, en aan wien ook elk kind dat God ons in zijn gunste schonk, onderwerping als onderdaan, en als onderdaan het tribuut van zijn dank en zijn aanbidding schuldig is. Zoo eerst komt ge tot de geslachtsidée des geloofs. Niet maar tot de bede, om zelf eens gezaligd in het paleis van dien Koning in te gaan en ook niet maar om uw kind dat ge liefhebt dien Koning op te dragen maar tot den hartstocht des geloofs om in uw eigen geslacht de onderdanen van Koning Jezus niet te ;
;
zien uitsterven.
Een
mensch' onderzoekt in zijn voorgeslacht, of hij ook van een man van naam, van een persoon die eere onder de menschen had maar een waar kind Gods vraagt veeleer en veelmeer, of er in zijn voorgeslacht ook „gekenden des Heeren" waren en dan voelt hij zich rijk, en dus overgelukkig, zoo hij twee, drie eeuwen terug in zijn geslacht een aaneengesloten reeks ontdekken mag van mannen en van vrouwen, die in de vreeze des Heeren ijdeltuitig
wellicht
afstamt
;
;
volstandig bleven. Niet om een graaf of hertog, maar om een martelaar in zijn oude familie te hebben, is dan de hoogste en de rijkste genealogische glorie.
Zoo achterwaarts in de historie, maar dan ook zoo vooruit in de toekomst van ons geslacht. Een iegelijk in het zijne. Geen onzer weet, hoe lang de Heere nog toeven zal, eer het Maranatha
Maar
in vervulling gaat.
stel,
den
wekt
tien
of
er zullen
nog
tien,
onze eerzucht, twintig geslachten te dit
nog twintig geslachten na ons komen,
dit
ons heilig verlangen, om in al die profeteeren van kinderen Gods,
mogen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's