Als gij in uw huis zit - pagina 50
38 en het is die sprake, die ook nu nog, onder alle volk en aan alle oord, niet alleen van den winter, maar ook van den zomer met een eigen taal uitgaat.
Die taal van den zomer nu is de taal van glans en gloed, van levensvolheid en van bruisende weelde. De nachten zijn kort, en zelfs in die kortheid minder donker. De dag is lang begonnen eer ge uw legerstede verlaat, en reikt bijna tot de ure, dat ge u nederlegt.
Het kunstlicht wordt bijna niet aangestoken, en het kunstvuur, voor bereiden van spijs onmisbaar, wordt hoe eer hoe beter gedoofd. Daardoor wordt er in den zomer zooveel minder geleden. Het deel van den arme, in den winter vaak zoo bang en hard, is in den zomer veel lieflijker. De menschelijke behoefte krimpt dan in. De spijs is overvloediger. Zelfs niet alle vrucht en ooft gaat de woning van den arme voorbij. En ook zijn schamele woning sluit hem niet meer op. De vensters worden opengestooten. En in stegen en straten loopt men uit en vleit men zich neder, om van het vrijer leven te genieten. Ook de ellende van de ziekenkamer neemt met het komen van den het
zomer
De van
af.
borstkranke, dié den zomer haalde, leeft weer op in het gevoel gered te zijn. En zoo geen bange epidemie uitbreekt, worden
de krankenhuizen ontvolkt. Alle lijden der zuchtende menschheid kan ook de zomer wel niet verdrijven, maar toch brengt de zomer tempering en verzachting
van
leed.
Ook waar van een sprake
is,
genieten, een volop genieten van den
maakt het warme, zoeler jaargetijde toch schier
zomer geen
elks levenslot
draaglijker.
Ook heeft de zomer dit wondergoede, dat hij ons het leven in en met de natuur.
weer went aan
Door nood gedrongen, is ons leven in onze woningen veelal een gekunsteld, en in zoo menig opzicht een onnatuurlijk leven. Te eng omsloten. Te zeer opeengehoopt. Te zeer afgescheiden van Gods rijke schepping.
Maar is de zomer weer gekomen, dan lokt de natuur ons weer naar buiten. De volle indruk van Gods heerlijke schepping dringt weer op ons aan. De natuur drukt ons weer aan haar hart en doet ons weldadig aan door haar zachte omarming.
We
geeft.
worden weer
als kinderen,
die genieten in
wat God
te
genieten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's