Als gij in uw huis zit - pagina 205
193 jaar die
weer met eere rond de
keel
als
toenijpt
te
en
komen, een harde vraag voor velen het vragend oog somber voor zich
is,
uit
doet staren. En nu kunt ge daar wel tegen inroepen: „Wees toch niet bezorgd, lieve broeder, die zorgt is de Heere"; maar uit het Evangelie blijkt dan toch, dat Christus zelf ons raenschelijk hart in zijn angst en in zijn nood heel anders aangrijpt. Want zeker, ook de Heere riep: „Wees niet bezorgd", maar bij dat
zeggen deed Hij ook die heel andere snaar in ons hart aan zijn eigen kwaad.
trillen
:
Elke dag
heeft genoeg
Wat
in dit zeggen: „Wees niet bezorgd, lieve broeder!" van de van iemand die zelf in geen moeite zit, zoo wreed aandoet, is dat men den benauwde van hart met een i<;oorcZ afscheept, oppervlakkig heenghjdt over wat voor hem banden des doods zijn, en daardoor toont geen liefde te hebben, niet in te gaan in zijn lijden, en aan het medelijden des ontfermens gespeend te zijn in zijn hart. En juist dat vindt ge bij uw Jezus zoo heel omgekeerd. Iets wat ge terstond voelt aan die op zich zelf u verrassende woorden: „Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad." Wie dat zegt, toont het menschelijk leven nog schier somberder op te vatten, dan de zwaarst tillende. Voor der meesten besef toch staat het, alsof het leven gemeenlijk draaglijk was, zonder uitlokkend te wezen, en alsof slechts op enkele dagen het leed aanzwol om ons hart te overstelpen. Maar Jezus neemt het veel ernstiger en somberder op. Neen, zegt uw Heiland, uw leven is niet een keten van draaglijke dagen, nu en dan door een dag van tegenspoed afgebroken heel uw leven is tegenspoedig, op eiken dag is er een drinkbeker te' drinken, zevenmaal in elke week gaat er een zon onder en zijn er starren die verduisteren; of om het kortweg te zeggen, gelijk de Evangelist het ons heeft overgeleverd: Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Juist het omgekeerde dus van wat die andere troosters roepen. Niet: „Er is geen reden om derwijs bekommerd en bezorgd te zijn"; maar veeleer omgekeerd: „Gij hebt nog geen begrip van uw wezenlijken kommer, want verstondt ge ten volle het kwaad van heden, zoo zoudt ge geen tijd noch kracht overhouden, om aan het kwaad van morgen ook maar te denken." Dat ge met het kwaad van morgen en van overmorgen nu reeds bezig zijt, toont dat ge over het kwaad van heden heengiijdt, dat niet
lippen
;
doorziet, dat niet peilt in zijn diepte. bij
En daarom: Vervul u thans hoofd en hart niet met het kwaad, dat morgen hoort. Dat komt eerst aan de orde als het morgen zijn zal. 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's