Als gij in uw huis zit - pagina 222
210 anderen bezig is, gedurig, o, zoo ernstig gestemd wordt, en onder den indruk van al de ellende en al de zonde die heerscht, ook al weent het oog niet, toch treurig gestemd wordt in het hart. En nu spraken we nog alleen van de gemeene ellende, en de donkere schaduw die op ons menschelijk leven als zoodanig drukt. Maar voor wie dieper leeft, komt hier nu nog bij, niet alleen zijn persoonlijke verdrietelijkheid en de teleurstelling, die hij bij menschen opdeed, en de ontrouw der vriendschap, maar veel meer nog de bezorgdheid over het lot en de toekomst van volk en vaderland, en over de demonische geesten die rondwaren, en het allerdiepst de droefheid over het Sion Gods, als Gods naam te schande wordt, of zijn kerk schade lijdt, en zijn wet wordt vertreden. Denk maar aan wat de Psalmist zong „Waterbeken vloeien af uit mijne oogen, omdat zij uwe wet niet onderhouden." En nu, wie is er onder Gods kinderen, die dat den Psalmist na kan zeggen, en die zóó zijn God liefheetl? :
Er is daarom ook wel veel goeds, veel dat blij stemt en oorzaak van vreugde moet zijn. Wie het danken verstaat, en het niet als een vorm misbruikt, kan geen avond neerknielen, of de stoffe overstelpt hem. En in de natuur, én in de gemeene genade, én in het bijzonder genadeverbond zijn de goedertierenheden des Heeren zoo overvloedig. Ook komt ons van menschen zooveel liefde toe. En zelfs de vogel als hij zingt en de hond als hij tegen ons opspringt brengt iets vriendelijks in het leven. Vandaar dat wie een aandoenlijk, ontvankelijk hart heeft, zijn onwaardigheid kent, en in oprechtheid betuigt: „Wie ben ik, Heere, dat al deze weldadigheid mij overkomt", ook wel waarlijk in zijn hart die diepe aandoening van vreugde en blijdschap kent, die de apostel op het oog had, toen hij schreef: „Verblijd u te allen tijde." Maar dan is het echte blijdschap. Niet een kunstbloem, maar een bloem van vreugde ontloken aan den stengel onzes levens. Een hooge blijdschap en dankbaarheid, die niets met den lach der opwinding of der gekunstelde opgewondenheid gemeen heeft. Niet een heenglijden over zi]n hart, maar een leven uit zijn hart, en daarom een vriendelijk zijn jegens menschen en een dankbaar zijn voor zijn God, met een blijdschap die den ernst nooit breekt, en met de sympathie des meêlijdens voor allen nood en bezorgdheid in geen
den minsten
strijd is.
En daarom wat we
in onze huizen en samenkomsten noodig hebben noch dat eindelooze ginnegappen en gekscheren, noch ook de stijfheid der melancholie en de gedruktheid der somberheden, maar een ernstige
is
levenstoon, die door wezenlijke liefde bezield
is,
die teeken
is
van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's