Als gij in uw huis zit - pagina 130
118 tegenwoordigheid uitgesloten althans indien de schuldige onder vier oogen tot bekentenis en verootmoediging Ivomt. Maar is de zonde pubUek geworden, althans publiek in den huislijken kring, zoodat de huisgenooten er wel van weten, en draagt wat misdaan werd, dat ernstig karakter, dat in het „zondigen" ligt, dan, zoo zegt de heilige apostel, moogt ge de zaak niet in stilte afdoen, maar moet ge bestraffen in aller tegenwoordigheid. Dan hebt gij niet te vragen, of de schuldige het allicht liever anders had, of hij het onpleizierig zal vinden, of gij zelf het liever onder vier oogen afdeedt, noch of het den schuldige allicht prikkelen, en misschien verharden zal, maar dan moet ge bestraffen in aller tegenwoordigheid, ;
omdat Gods Woord het alzoo
eischt.
men
dit met volwassen zoons en dochters toch niet doen kan, gaat niet op. Immers wat Paulus zegt, zegt hij met name zelfs ten opzichte van ambtsdragers die zich misgingen. En dat wel om deze afdoende reden, dat een Ouderling, en zoo ook een oudere broeder of zuster in het huisgezin, in veel erger zin het zedelijk besef verzwakken, indien ze de huisorde of Gods ordinantiën verstoren, dan een jongere, nog minder nadenkend, dit kan.
Zelfs de uitzondering, dat
Juist toch op den indruk en de gevolgen van zulk een zonde voor de andere huisgenooten grondt de heilige apostel zijn tuchtregel. Hij voegt er toch aan toe opdat ook de anderen vreeze mogen hebben. Elke zonde die in het huislijk leven openbaar wordt, hetzij van leugen, van bedrog, van verzet tegen het gezag, van brutaliteit of wat ook, dreigt de zedelijke veerkracht ook bij de andere huisgenooten te verzwakken. Kwade voorbeelden trekken zoo sterk. Een kwaad kind bederft zoo licht het zedelijk karakter van al zijn broertjes en zusjes. Eén verkeerd element onder de dienstboden vergiftigt zoo vaak heel de keuken. Eén verkeerde arbeider steekt bijna geregeld heel de ploeg aan. :
Wie in het huisgezin „zondigt" stelt zich niet alleen persoonlijk verkeerd en schuldig aan, maar vergrijpt zich tevens aan de zedelijke macht van eerbied en ontzag voor Gods wet, waar elk deugdelijk huisgezin op drijven moet. En daarom afgedaan.
Wat
nu
juist
mag
zulk
een
zonde niet
in stilte
worden
geraakt heeft, en op allen ten kwade dreigt te werken, moet ook in aller tegenwoordigheid bestraft, opdat voor aller besef de zedelijke orde in het saamleven weer hersteld worde. Gods macht over het gezin is dan door zulk een zonde voor een deel opzij gedrongen, en deswege moet het gezag Gods weer in aller tegenwoordigheid en voor aller oor in den huiselijken kring zijn allen
zeggenschap herwinnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's