Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 83
77 Artt. 97 eii 98 geven thans in meer geregelde orde de strafbepalingen, Art. 97 voor de feiten die als misdrijven en Art. 98 voor
overtredingen zijn te beschouwen. Bij aanneming zal het waarschijnlijk de voorkeur verdienen, deze beide artikelen onder hoofdstuk XVI te brengen, maar vooralsnog kon dit niet wel geschieden. Door de nieuwe rangschikking en formuleering zijn de verschillende bezwaren tegen deze beide artikelen ingebracht ondervangen, en zijn de vereischte sanctiën volledig uitgewerkt. De strafbepaling op de onjuiste opgave van den werkgever aan het bestuur der Bedrijfsvereeniging is met opzet zoo hoog gesteld, omdat het lid eener Bedrijfsvereeniging dat onjuist opgeeft, niet alleen voor zich zelf met de Wet in strijd geraakt, maar ook zijne medeleden in de Vereeniging in conflict met de Wet brengt en
de feiten die
als
van het amendement
aan ernstige gevolgen blootstelt. Indien de leden der Kamer in de tweede zinsnede van het Verslag op dit artikel aan het woord, het Regeeringsvoorstel op de wijze door hen aangegeven trachten aan te vullen, en die aanvulling gaat door, dan kan het in dit artikel desaangaande vervallen. Doch hierover is eerst later te oordeelen. Aan het slot van artikel 98 is voor de „poging" ten overvloede verwezen naar art. 45 van het S. W. B. Eene verwijzing die slechts eeue herinnering bedoelt voor de kwalijkgezinden, daar toch zonder die verwijzing art. 45 van zelf gelden zou. Art. 99.
Voor „genoemde" personen
is
geschreven
„bedoelde"
personen. Art. 100. Het herhaaldelijk voorkomen van Art. als afkorting „artikel" is vermeden. De niet toepasselijkheid van artt. 56 :
van
en 68
is
nader gepreciseerd.
Beroep tegen de beslissing van de Rijks verzekeringsuit den aard der zaak ook voor hen die bij een lid eener bedrijfsvereeniging werkzaam zijn. Dit beroep ook te gunnen tegen beslissingen van het bestuur der Bedrijfsvereeniging, gaat niet, omdat dit bestuur geene beslissing van dien aard nemen kan. De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, mocht niet onvermeld blijven, daar het niet volgen van eene rationeele medicatie van de zijde van den getroflene voor de Vereeniging op zeer groote schade kon neerkomen. De terminologie in het 5de lid is met die van het ontwerp in overeenstemming gebracht. In art. 93 is omtrent de Rijksverzekeringsbank bepaald, dat op haar kan worden overgedragen de verplichting die een werkgever in het daar omschreven geval op zich had genomen. Dit sluit in zich, dat de Rijksverzekeringsbank verpliclit is deze overdracht te aanvaarden. In art. 94 is in den 8sten regel met de woorden „een gedeelte der premie worden overgedragen" duidelijk bedoeld „overgedragen aan de Rijksverzekeringsbank", en aan haar bestuur de bepaling van dat gedeelte opgedragen. Art. 95 omschrijft de rechten die uit een en ander voortvloeien. Bedoeld was nu dezelfde bepalingen te doen gelden ten opzichte van de Bedrijfsvereeniging voor Art. 101.
bank geldt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's