Als gij in uw huis zit - pagina 138
126 „In de ruimte" te willen omwandelen naar den lust zijns harten, aldus is de zondige trek, die bij het ontwakend en opwakend leven zich vanzelf in onzen menschelijken aard vertoont. Niet in huis, maar op straat. Niet onder ouderlijk toezicht, maar vrij man in de wereld. Niet gebonden aan de ordinantiën en usantiën des levens, maar spelen met het leven naar eigen zin en gril. Zoo en niet anders is de trek, die in het hart van elk jongeling, als hij
den
man
nabij komt, opwaakt.
De schaapskooi
uit,
van de kudde
af,
de ruimte
in,
begint
met de
dorst van elks hart te zijn.
Hoe
meer
in de ruimte, hoe vrijer en ongebondener, des te gedes te hooger onder zijns gelijken geëerd. En nu gelukt dit niet aan allen. Er zijn er, wie de nood des levens en de harde dagtaak, of ook een zwak gestel, uit die luchtledige, gevaarlijke ruimte terughoudt. Maar er waren er ook, die hun opzet doordreven, die de ruimte ongedeerd en ongehinderd intogen, en die er in roemden, dat ze ten slotte zoo vrij waren als het vischje in het water of als de vogel in de lucht. En wat is er nu, als ge van achter de rekening opmaakt, van al deze jongelingen, of ook jongedochters, in de ruimte terecht gekomen? o, Gewisselijk, enkele sterke, krachtige naturen hebben op het vlakke veld den wolf van zich afgehouden. Er zijn er ook, die God in zijn genade op het vlakke veld aangreep, en naar zijn schaapskooi terugleidde. Maar ook, wie telt ze, de omgekomenen en voor altoos verlorenen, die hun omzwerven in de ruimte, met verlies van eer en deugd, van
lukkiger,
de vaag hunner kracht, en van hun toekomst hebben geboet?
Toch wane ruimte af Veeleer vervolgen
te
niemand,
zwerven,
blijft,
tot
zij
aan
dat
afsterft
de
booze
trek,
om
als het
lam
in
de
met de jongelingsjaren.
het ook in gewijzigden vorm, die booze trek ons onzen dood toe en telkens stuit ge, zelfs onder ;
Gods beste kinderen, op eigenwillige naturen, die het geestelijk afzwerven liefhebben, en wanen het beter te zullen hebben, als ze aan de tucht van Gods majesteit zich onttrekken. Schijnbaar geestelijk leven ze dan op eigen hand. Ze hebben zoo hun eigen zedenleer, die nu eens op een wettisch punt zich vastzet, en dan weer door de breede mazen o, zooveel doorlaat. Ze dolen dan af op allerlei paden van excentrieke dwaalleer of van hoog geestelijke dweperij. Geen band van het verleden, geen band van kerk of belijdenis heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's