Als gij in uw huis zit - pagina 48
36
Maar hoe sterk dit Fransche woord ook veld won, het oorspronkelijke woord is nog volstrekt niet weggestorven, en nog gebruikt men, ook in de spreektaal, het schilderend, zinnig woord van „the fall", precies hetzelfde woord, dat ook voor den val van Adam en Eva in het paradijs in zwang is. De herfst is de val, het jaarseizoen van langzame inzinking, het jaargetijde van de afdalende reeks. De lente klimt en gaat naar boven,
om
in
daalt
den zomer het hoogste punt te bereiken de herfst daarentegen en gaat naar beneden om het laagste punt te zoeken in den ;
winter. Is de winter de teekening die God in de natuur van den dood en van het graf des doods geeft, de herfst vertoont ons van Gods wege de verwelking van de krankheid, die sloopt en zich voleindt in het
sterven.
Die teekening Gods in den herfst beeldt af het sloopen van de levenskracht in het zichtbare. „De dagen des menschen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzoo bloeit hij. Als de wind daarover sregaan is, zoo is zij niet meer, en hare plaatse kent haar niet meer"
103
(Ps.
:
15).
Ze beeldt
af de slooping van het geestelijk leven in de ziel. „Hij een boom, welks blad niet afvalt. Alzoo zijn de goddeloozen niet, maar als het kaf, dat de wind heendrijft" (Ps. 1 3). Ze beeldt af de slooping van welstand en voorspoed: „Gij zult zijn als een eik, welks bladeren afvallen" (Jesaia 1 30). Ja, zelfs beeldt ze af de slooping die eens al de heerlijkheid dezer wereld wacht: „De hemelen zullen toegerold worden, en hun heir zal afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt" (Jesaja 34 4). En zoo ook is ze ten slotte beeld van het oordeel dat komt: „Ik zal hem voorzeker wegwerpen, spreekt de Heere, er zijn geen druiven aan den wijnstok, ja, het blad is afgevallen'''' (Jeremia 8 13). Al noemt dus de Schrift, Judas vs. 12 uitgezonderd, den herfst niet bij name omdat onder Israël de seizoenen anders waren ingedeeld, toch kent de Schrift zeer wel het natuurbeeld, dat wij herfst noemen, en de Schrift teekent het ons steeds onder gelijke signatuur, zal
zijn
als
:
:
:
:
als
den
Al
val,
naar
het vallen, het afvallen
den
leeftijd,
verschilt
van
het blad.
dan ook de indruk, dien lente en
herfst op ons teweegbrengen. Zijn we nog jong, dan zijn we voor de taal, voor de sprake der lente één luisterend oor. drinken den lentegeur met volle teugen in. beseffen hoe eigenlijk alleen in de lente de natuur buiten ons in volkomen akkoord samenstemt met de sprake van ons eigen hart.
We
We
De
herfst daarentegen stemt al wie jong
is,
verdrietig.
De
verschijning
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's